Komende diensten

zo 27 sep, 10:00 Ds. Verbeek
Online kerkdienst met beperkte toegang voor kerkgangers
zo 04 okt, 10:00 Ds. Ron Koopmans
Ochtenddienst
zo 11 okt, 10:00 Ds. Ron Koopmans
Online kerkdienst

Recente inhoud

Live kerkdienst

Houd moed, heb lief!

We verkeren in een moeilijke periode, ook als kerk, als wijkgemeente. In het begin van Corona was alles duidelijk: alles werd afgelast en er kon weinig meer dan online-diensten met enkele aanwezigen. Nu er soms wat hoop is op verandering, en hier en daar men de teugels laat vieren en weer begint met live-kerkdiensten etc., komt de onrust: wanneer mogen wij weer naar de kerk? Komen er weer koffie-ochtenden? Mogen we als band weer repeteren in de kerk? Hoe staat het met de komst van een nieuwe predikant? Deze vragen kom ik tegen in de gemeente, en ontvangen we ook als kerkenraad. We hebben ze zelf ook.

Weet dat we bezig zijn, druk bezig zijn. Een gebruiksplan dat verantwoord gebruik van de Jozefkerk garandeert is in concept gereed. We streven ernaar om rond begin oktober weer mensen uit te nodigen naar de kerkdiensten. Ook zal dan duidelijk zijn welke activiteiten weer mogelijk zijn en hoe, en welke niet. U zult dan ook een anders ingericht kerkgebouw terugvinden, met nieuwe stoelen in plaats van de oude stoelen en banken. En die nieuwe stoelen op ruime afstand van elkaar. Het zal wennen zijn. En: dus nog even geduld oefenen, de komende maand moet daarvoor alles gereed komen. Vooralsnog blijft het dus behelpen, en voor ons kleine ‘kerkbestuur’ heel hard werken. Vol vertrouwen dat het goed komt, dat wel. En ook vertrouwend op ons aller geduld, begrip en uw bereidwillige medewerking. 

Houd moed, heb lief!

Ron Koopmans, predikant

Dagmeditatie 29 juli 2020

Door Daan Kraan op 28 juli, 2020 - 19:21

Exodus 25: 10-22

‘Laat van acaciahout een ark maken, een kist van twee-en-een halve el lang, anderhalve el breed en anderhalve el hoog. Overtrek die met zuiver goud, zowel van binnen als vanbuiten; aan de bovenkant moet je rondom een gouden sierlijst aanbrengen. Giet vier gouden ringen en bevestig ze aan de vier poten: twee ringen aan elke kant van de ark. Maak draagbomen van acaciahout, verguld ze en steek ze door de ringen aan weerszijden; zo kan de ark gedragen worden. De draagbomen moeten in de ringen blijven, ze mogen er niet uit gehaald worden.

In de ark moet je de verbondstekst leggen die Ik je zal geven. Je moet ook een verzoeningsplaat maken van zuiver goud, twee-en-een-halve el lang en anderhalve el breed. Maak aan de beide uiteinden daarvan een cherub, eveneens van goud, één aan het ene uiteinde en één aan het andere uiteinde. Het moet drijfwerk zijn, de twee cherubs moeten één geheel met de plaat vormen. Ze moeten tegenover elkaar staan, met het gezicht naar de verzoeningsplaat gekeerd, en hun vleugels moeten gespreid zijn zodat ze zich daar beschermend over uitstrekken. Leg de verzoeningsplaat op de ark; leg de verbondstekst die Ik je zal geven in de ark. Daar zal Ik je ontmoeten, en vanaf die plaats, boven de verzoeningsplaat, tussen de twee cherubs op de ark met de verbondstekst, zal Ik met je spreken en je alles zeggen wat Ik van de Israëlieten verlang.’

 

Overweging

Waar valt de Heer te ontmoeten, voor Mozes in de woestijn?

Dat blijkt een heel specifieke plaats te zijn: boven de verzoeningsplaat op de ark met de verbondstekst, tussen de twee cherubs.

We zeggen wel eens: ‘God is overal’. En dat is ook zo. Maar als God zomaar ‘overal’ is, dan is Hij ergens ook ‘nergens.’ Het zegt niet zoveel.

Dagmeditatie 28 juli 2020

Door Daan Kraan op 27 juli, 2020 - 19:59

Exodus 25: 1-9

De Heer zei tegen Mozes: ‘Vraag de Israëlieten Mij geschenken te geven; neem van ieder die daartoe bereid is een bijdrage in ontvangst. Je moet het volgende van hen vragen: goud, zilver en koper, blauwpurperen, roodpurperen en karmozijnrode wol, fijn linnen garen en geitenhaar, rood geverfde ramsvellen, vellen van zeekoeien, acaciahout, lampolie, geurige specerijen voor de zalfolie en voor de reukoffers, onyxstenen voor de priesterschort en edelstenen voor de borsttas. De Israëlieten moeten een heiligdom voor mij maken, zodat Ik te midden van hen kan wonen. Ik zal je een ontwerp laten zien van de tabernakel en van alle voorwerpen die bij deze tent horen; houd je daar nauwkeurig aan.’

 

Overweging

De Israëlieten moeten een heiligdom voor de Heer maken. Dat is niet alleen in het belang van de Heer, maar ook van henzelf. De Heer kan dan namelijk wonen te midden van hen. God is op deze manier zijn volk heel nabij, en zo wil Hij het ook.

Er zijn in dit korte stukje een paar dingen waarbij ik even wil stil staan.

Allereerst: Mozes moet aan de Israëlieten geschenken vragen.

Het gaat dus om een vrijwillige bijdrage! Je kunt volk-van-God zijn, maar dat wil dus niet zeggen dat daar automatisch een ‘belastingaanslag’ op volgt. De bijdrage voor Gods heiligdom wordt gegeven uit vrije wil. Dat is een aardige bodem onder de manier waarop we in onze kerk de kerkelijke bijdrage hebben georganiseerd, als vrijwillige bijdrage. Niet als plicht! In het oude oosten was zo’n opstelling van God echter uitzondering. Overal legden heersers hun bevolking zware lasten op. Zoals in Egypte, waar ook de Israëlieten slavenarbeid moesten verrichten ter wille van de Farao en Egyptes godsdienst. Daaruit waren ze nu bevrijd. Vrijheid is in Israël, en dus ook bij ons als ‘bijgevoegden’, een groot goed.

Dagmeditatie 27 juli 2020

Door Daan Kraan op 26 juli, 2020 - 22:28

Zacharia 14: 12-21

De volken die tegen Jeruzalem ten strijde zijn getrokken, zullen door de Heer worden getroffen met een afgrijselijke plaag: terwijl ze nog levend rondlopen zal Hij hun vlees laten wegteren van hun botten, hun ogen laten wegrotten in hun kassen en hun tong laten wegrotten in hun mond. De Heer zal op die dag zo’n paniek onder hen zaaien dat ze elkaar beetgrijpen en slaags raken. Ook Juda zal zich mengen in de slag om Jeruzalem. De rijkdommen van de belagers zullen als buit bijeen worden gebracht: grote hoeveelheden goud, zilver en kostbare gewaden. En alle dieren in het vijandelijke kamp, paarden, muildieren, kamelen en ezels, zullen door dezelfde plaag worden getroffen als de mensen.

De overlevenden van de volken die Jeruzalem hebben belaagd, zullen dan jaarlijks naar de stad komen om de Heer van de hemelse machten te vereren en het Loofhuttenfeest te vieren. En is er op aarde een volk dat niet naar Jeruzalem komt om de Heer van de hemelse machten als koning te vereren, dan zal er in dat land geen regen vallen. Ook Egypte zal, wanneer zijn volk niet naar Jeruzalem komt, stellig worden getroffen door deze plaag, waarmee de Heer de volken straft die het Loofhuttenfeest niet komen vieren. Dat zal de straf zijn voor Egypte en de andere volken die niet deelnemen aan het Loofhuttenfeest.

Als die tijd aanbreekt, zal zelfs op de bellen van de paarden gegraveerd staan: ‘Aan de Heer gewijd’. De kookpotten in de tempel zullen dienen als offerschalen voor het altaar. Alle kookpotten in Jeruzalem en Juda zullen aan de Heer van de hemelse machten gewijd zijn; ieder die wil offeren, kan ze gebruiken om er zijn offer in te bereiden. Als die tijd aanbreekt, zullen er nooit meer handelaars zitten in de tempel van de Heer van de hemelse machten.

 

Overweging

Het oordeel van de Heer over volken die ten strijde trekken tegen Jeruzalem is niet mals. Als je leest van wegteren en wegrotten, dan griezelt het je toe.

Dagmeditatie 26 juli 2020

Door Daan Kraan op 25 juli, 2020 - 19:33

Zacharia 14: 1-11

Er komt een dag dat de Heer zal ingrijpen, Jeruzalem, dat de buit binnen je muren wordt verdeeld. Ik zal alle volken samenbrengen – zegt de Heer – om tegen Jeruzalem ten strijde te trekken. De stad zal worden ingenomen, de huizen zullen worden geplunderd en de vrouwen verkracht. De helft van de inwoners wordt in ballingschap weggevoerd, maar het deel dat overblijft zal niet worden uitgeroeid. Daarna zal de Heer uittrekken en de strijd tegen die volken aanbinden, net als weleer. Die dag zal Hij zijn voeten op de Olijfberg planten, ten oosten van Jeruzalem. De Olijfberg zal in tweeën splijten: de ene helft glijdt weg naar het noorden en de andere naar het zuiden, zodat er een breed dal ontstaat van oost naar west. Jullie zullen wegvluchten, het dal in tussen die twee bergketens die zullen reiken tot aan Asel, zoals jullie ook gevlucht zijn bij de aardbeving in de tijd dat koning Uzzia regeerde over Juda. En de Heer, mijn God, zal verschijnen met al de zijnen. Op die dag zal er gen licht zijn; de hemellichamen verliezen hun glans. Op die ene dag, die alleen de Heer kent, zal er geen onderscheid zijn tussen dag en nacht. Pas tegen het vallen van de avond zal er weer licht gloren. Als die tijd aanbreekt, zal er in Jeruzalem zuiver water ontspringen: de ene helft zal in het oosten in de zee uitmonden en de andere helft in het westen, zowel in de zomer als in de winter. En de Heer zal koning worden over de hele aarde. Dan zal de Heer de enige God zijn en zijn naam de enige naam. He hele land wordt zo vlak als de Jordaanvallei, van Geba in het noorden tot aan Rimmon in het zuiden. Maar Jeruzalem zal zijn hoogverheven plaats behouden. Van de Benjaminpoort tot aan de oude poort, de Hoekpoort, en van de Chananeltoren tot aan de koninklijke perskuipen zal de stad bewoond zijn. Jeruzalem zal weer een veilige woonplaats zijn, want er zal nooit meer vernietiging over worden afgeroepen.

 

Overweging

Dagmeditatie 25 juli 2020

Door Daan Kraan op 24 juli, 2020 - 21:00

Zacharia 13: 7-9

Zwaard, ontwaak! Verhef je tegen mijn herder, tegen de man met wie Ik mij verbonden heb – spreekt de Heer van de hemelse machten. Dood de herder, zodat de schapen verdwalen. Weerloos als ze zijn zal Ik ze treffen. In heel het land – spreekt de Heer van de hemelse machten – zal twee derde worden uitgeroeid en omkomen; slechts een derde deel zal worden gespaard. Dat deel zal Ik louteren in het vuur: Ik zal hen smelten als zilver en zuiveren als goud. Zij zullen mijn naam aanroepen en Ik zal antwoorden. Ik zal zeggen: ‘Dit is mijn volk,’ en zij zullen zeggen: ‘De Heer is onze God.’

 

Overweging

De profetieën van Zacharia zijn niet heel gemakkelijk te verstaan.

Mooie heilsverwachting wordt hier afgelost door wel heel grimmige voorzeggingen.

Allereerst moeten we bedenken dat deze hoofdstukken lijken te gaan over het laatste der dagen, over de Dag van de Heer, waarin de Heer de grote strijd aangaat tegen de machten van het kwaad. Na eeuwen van geduld vindt Hij het dán tijd om de vijand definitief te verslaan. En dan gaat het er niet zachtzinnig aan toe.

Dan komt daarbij, dat het kwaad niet zomaar alleen aan te wijzen is bij de belagers van het volk. Het zit ook in Gods volk zelf. En in zijn leiders, zijn koning.

Ik denk dat die koning in eerste instantie bedoeld is met de herder die hier wordt genoemd: de herder, de man met wie de Heer zich verbonden heeft, moet worden gedood.

Vervolgens zal God zich wenden tot de schapen, tot zijn volk, die weerloos ronddwalen. Twee derde van hen zal omkomen, en maar één derde zal worden gespaard. Dát deel zal gelouterd en gezuiverd worden, radicaal, en ná de zuivering Gods volk zijn: ‘Dit is mijn volk’ – ‘De Heer is onze God’.

Dat laatste lijkt dan wel weer een positief einde. Eind goed, al goed.

Maar wát een weg daarnaartoe…!

Dagmeditatie 24 juli 2020

Door Daan Kraan op 23 juli, 2020 - 18:42

Zacharia 13: 2-6

Als die tijd aanbreekt – spreekt de Heer van de hemelse machten – zal Ik alle afgoden uit het land laten verdwijnen; hun namen zullen niet meer worden genoemd. Ik zal ook de profeten uitbannen, en met hen de geest van onreinheid die het land bezoedelt. Wanneer er dan nog iemand een profetie uitspreekt, zullen zijn eigen vader en moeder, die hem zelf hebben voortgebracht, tegen hem zeggen: ‘Jij moet sterven, want je verkondigt leugens in de naam van de Heer.’ Ze zullen hem doorsteken, zijn eigen vader en moeder, die hem zelf hebben voortgebracht, wanneer hij een profetie uitspreekt. Dan zullen ze zelfs niet meer voor hun visioenen durven uitkomen, die profeten. Ze zullen de profetenmantel niet meer aantrekken om de mensen te bedriegen. Ze zullen zeggen: ‘Ik ben helemaal geen profeet; al van jongs af aan bewerk ik als slaaf de grond.’ En wanneer zo iemand gevraagd wordt: ‘Hoe kom je dan aan die striemen op je rug?’, dan zal hij antwoorden: ‘Die heb ik opgelopen in het huis van mijn meesters.’

 

Overweging

De bron waarin de Israëlieten hun zonde en onreinheid kunnen afwassen (zie de lezing van gisteren), betekent ook zuivering van het land. Alle afgoderij en alle leugenprofeten zullen uit het land moeten verdwijnen. Want anders is het wat de zonde betreft dweilen met de kraan open!.

Dat ‘laten verdwijnen’ kunnen we zelf niet. De Heer gaat het doen.

Geen afgoden meer, hun namen zullen niet meer worden genoemd. Daar zit de gedachte achter dat wanneer je de naam van een god noemt, hij ook aanwezig is in je leven, en invloed op je uitoefent. En dat betekent ongetwijfeld dus weer zonde en onreinheid in je leven. Wég ermee, zegt God.

En dan dus ook geen profeten meer. Die zorgen voor een ‘geest van onreinheid’. Het gaat hier niet om profeten die met woorden van de Heer de waarheid spreken, maar om profeten die, soms ook ‘in de naam van de Heer’, leugens verkondigen. ‘Valse profeten’ dus.

Pagina's

Abonneren op Jozefkerk Assen RSS
glqxz9283 sfy39587stf02 mnesdcuix8
sfy39587stf03
sfy39587stf04