Komende diensten

zo 09 mei, 10:00 Gezamenlijke viering PKA
ds. Elly Veldman, ds. Bert Altena en ds. Ron Koopmans
do 13 mei, 10:00 Gezamenlijke viering PKA
Hemelvaartdienst - Ds. Ron Koopmans
zo 16 mei, 10:00 Ds. Ron Koopmans
Jonge Kerkdienst

Recente inhoud

Dagmeditatie 15 april 2021

Door Daan Kraan op 15 april, 2021 - 08:00

Ezechiël 33: 12-20

‘Mensenkind, zeg tegen je volksgenoten: “De rechtvaardigheid van een goed mens zal hem niet redden als hij een misdaad begaat, en de slechte daden van een slecht mens zullen hem niet ten val brengen als hij zich ervan afkeert. Een goed mens zal niet door zijn goede daden in leven blijven als hij een zonde begaat. Als Ik tegen hem zeg dat hij in leven zal blijven en hij, vertrouwend op zijn rechtvaardigheid, begaat onrecht, dan zullen al zijn goede daden niet meer tellen, maar zal hij sterven door het onrecht dat hij begaan heeft. En als Ik tegen een slecht mens zeg dat hij zal sterven, en hij verlaat de weg van de zonde, hij is Mij trouw en doet het goede – hij geeft terug wat hij als onderpand heeft gekregen, hij vergoedt wat hij heeft gestolen, hij houdt zich aan de wetten die naar het leven leiden door geen onrecht meer te begaan, – dan zal hij leven en niet sterven. De zonden die hij begaan heeft zullen hem niet meer worden aangerekend; als hij Mij trouw is en het goede doet, zal hij leven!”

Je volksgenoten mogen dan zeggen: “De weg van de Heer is onrechtvaardig,” maar het is hùn weg die onrechtvaardig is!

Als een goed mens zijn rechtvaardige weg verlaat en kwaad doet, zal hij daardoor sterven; als een slecht mens zijn slechte weg verlaat, Mij trouw is en het goede doet, dan zal hij daardoor leven. Jullie zeggen: “De weg van de Heer is onrechtvaardig!”

Volk van Israël, Ik zal ieder van jullie oordelen naar de weg die hij gaat!’

 

Overweging

De profeet Ezechiël, die in dit boek telkens door de Heer aangesproken wordt als ‘mensenkind’, moet aan het volk een heel heldere boodschap verkondigen.

Die boodschap maakt hen duidelijk hoe de Heer oordeelt.

De mensen oordelen over God. Ze vinden de weg van de Heer onjuist. Ze menen dat Hij hen onrechtvaardig behandelt. God zou het héél anders moeten doen…

Dagmeditatie 14 april 2021

Door Daan Kraan op 14 april, 2021 - 08:00

Ezechiël 33: 1-11

De Heer richtte zich tot mij: ‘Spreek, mensenkind, zeg tegen je volksgenoten:

“Als Ik het zwaard op een land afstuur, en het volk dat daar woont heeft iemand als wachter aangesteld, en die wachter ziet het zwaard op het land afkomen en blaast op de ramshoorn om het volk te waarschuwen, en als dan iemand het geluid van de ramshoorn hoort maar er zich niets van aantrekt, en het zwaard komt en doodt hem, dan heeft hij zijn dood aan zichzelf te wijten. Hij heeft het geluid van de ramshoorn wel gehoord maar zich er niet door laten waarschuwen, en dus heeft hij zelf de dood over zich afgeroepen. Had hij zich laten waarschuwen, dan had hij zijn leven gered. Wat de wachter betreft, als hij het zwaard ziet komen maar niet op de ramshoorn blaast om het volk te waarschuwen, en als het zwaard dan komt en iemand doodt, dan sterft die mens doordat hij zelf schuld heeft, maar de wachter zal Ik voor zijn dood ter verantwoording roepen.”

Jou, mensenkind, heb Ik als wachter aangesteld voor het volk van Israël. Als je mijn woorden hoort moet je hen namens mij waarschuwen. Als Ik tegen een slecht mens zeg dat hij zal sterven, en jij zegt hem niet dat hij een andere weg moet inslaan, dan zal hij sterven door zijn eigen schuld, maar jou zal Ik voor zijn dood ter verantwoording roepen. Maar als je hem gewaarschuwd hebt dat hij een andere weg moet inslaan en hij doet dan niet, dan sterft hij door zijn eigen schuld, maar jij zult het er levend afbrengen.

Mensenkind, zeg tegen het volk van Israël: “Jullie zeggen: ‘Onze misdaden en onze zonden worden ons aangerekend en wij gaan eraan te gronde – hoe kunnen we dan nog blijven leven?’” Zeg tegen hen: Zo waar Ik leef – spreekt God, de Heer -, de dood van een slecht mens geeft me geen vreugde, Ik wil dat hij een andere weg inslaat en in leven blijft. Kom toch terug van de heilloze weg die jullie zijn ingeslagen, keer om, want waarom zouden jullie sterven, volk van Israël?’

 

Dagmeditatie 13 april 2021

Door Daan Kraan op 13 april, 2021 - 08:00

Psalm 81

Voor de koorleider. Op de wijs van De Gattitische. Van Asaf. Jubel voor God, onze sterkte, juich voor de God van Jakob, zing een lied en sla de tamboerijn, speel op de harp en de lieflijke lier, blaas op de ramshoorn bij nieuwemaan en bij vollemaan voor onze feestdag, want dat is een opdracht aan Israël, een voorschrift van Jakobs God.

Daartoe verplichtte Hij Jozef, toen Hij optrok tegen Egypte.

Onvermoede woorden hoor ik zeggen: ‘Ik nam de last van je schouder, je hand raakte geen draagkorf meer aan. Riep je om hulp, Ik redde uit de nood en gaf antwoord uit het duister van de donder.

Ik stelde je op de proef bij het water van Meriba: “Hoor, mijn volk, Ik moet je vermanen, Israël, luister naar Mij. Laat geen andere god bij je toe, buig je niet voor een vreemde god, Ik ben de Heer, je God, die je wegleidde uit Egypte – open wijd je mond, Ik zal hem vullen”.

Maar mijn volk luisterde niet, Israël wilde niet van Mij weten. Toen liet Ik hen begaan, koppig volgden zij hun eigen inzicht. Ach, wilde mijn volk maar horen, wilde Israël mijn wegen maar volgen. Spoedig zou Ik zijn vijanden vernederen, zou mijn hand zich keren tegen zijn belagers. Wie de Heer haten, zouden kruipen voor zijn volk, dat zou voor altijd hun lot zijn.

Maar Israël zou Hij voeden met de edelste tarwe – ja, jou zou Ik spijzigen met honing uit de rots.’

 

Overweging

De psalm begint met een oproep om voor God te jubelen en te juichen, met lied en muziekinstrumenten, op bepaalde tijden: een feestdag. Want dat is een opdracht van God. Een feestelijke eredienst in de tempel; wij zouden zeggen: in de kerk.

Eredienst vieren is niet zomaar wat, het is een opdracht van God. Niet voor niets spannen ook bij ons mensen zich in om er iets moois van te maken: de online kerkdiensten die wij nu verzorgen en die de diensten met ‘heel de gemeente’ moeten vervangen. Maar wat is de reden dat we dit doen?

Dagmeditatie 12 april 2021

Door Daan Kraan op 12 april, 2021 - 08:00

Jesaja 27: 2-13

Op die dag zal men de prachtige wijngaard bezingen.

Ik, de Heer, houd de wacht over mijn wijngaard, steeds opnieuw bevloei Ik hem.

Dag en nacht zal Ik de wacht houden, zodat niemand hem kan schaden; Ik koester mijn woede niet. Maar zou Ik dorens en distels dulden? Strijdbaar ga Ik eropaf, al dat onkruid steek Ik in brand – tenzij men mijn bescherming zoekt en vrede met Mij sluit, ja, vrede sluit met Mij.

De tijd zal komen dat Jakob zal wortelen, dat Israël zal uitbotten en bloeien. En de vruchten van zijn oogst zullen de hele aardbodem bedekken. Heeft de Heer Israël geslagen zoals Hij hen slaat die Israël sloegen?

Of heeft Hij het gedood zoals Hij doodt wie Israël doodden? Door hen uiteen te jagen en te verstrooien heeft Hij een rechtsgeding tegen hen gevoerd, met een verschroeiende wind uit het oosten heeft Hij hen verdreven. Hij verbrijzelt alle altaarstenen alsof het kalksteen is, elk wierookaltaar wordt omvergehaald, elke Asjerapaal wordt omgehakt.

Zo wordt afgerekend met Jakobs wandaden, zo wordt zijn schuld vereffend. Daar ligt de versterkte stad, eenzaam, ontvolkt, verlaten als de woestijn. Kalveren weiden en rusten er, ze vreten de takken kaal: vrouwen breken de verdorde twijgen af en gebruiken ze voor hun vuur.

Omdat dit volk ieder inzicht mist, kent zijn Maker geen ontferming, toont zijn Schepper geen genade.

Op die dag zal de Heer de aren dorsen van de Eufraat tot aan de wadi die de grens met Egypte vormt. Dan zullen jullie, kinderen van Israël, als aren gelezen worden, één voor één. Op die dag wordt op de grote ramshoorn geblazen. Zij die verbannen waren naar Assyrië of verdreven naar Egypte, zullen terugkeren en zich neerbuigen voor de Heer, op de heilige berg in Jeruzalem.

 

Overweging

Dagmeditatie 11 april 2021

Door Daan Kraan op 11 april, 2021 - 08:00

Jesaja 26:12 – 27:1

Heer, geef ons vrede, alles wat wij deden hebt U voor ons gedaan.

Heer, onze God, andere heren hebben ons in hun macht gehad, maar alleen uw naam zullen wij prijzen.  Doden zullen niet herleven, schimmen niet opstaan.

U bent tegen hen opgetreden, hebt hen vernietigd, elke herinnering aan hen hebt U uitgewist. Uw volk hebt U groot gemaakt, Heer, en zo voor Uzelf roem verworven. U hebt uw volk groot gemaakt en het land naar alle kanten uitgebreid.

Heer, in onze nood hebben wij U gezocht; toen U ons tuchtigde, riepen wij U aan.

Zoals een zwangere vrouw in barensnood ineenkrimpt en schreeuwt in haar weeën, zo verschenen wij voor U, o Heer. Wij waren zwanger en wij krompen ineen, maar al wat we baarden was lucht; wij brachten het land geen uitkomst, op aarde werd geen mens meer geboren. Jullie doden zullen herleven, de lijken opstaan.

Ontwaak, jullie daar in het stof, en jubel! Uw dauw is een dauw die leven geeft, de aarde brengt haar schimmen weer tot leven. Trek je terug in je kamers, mijn volk, en sluit de deur achter je. Nog een korte tijd, tot de woede bekoeld is. Zie hoe de Heer zijn woning verlaat en de mensen op aarde voor hun wandaden laat boeten.

Het onschuldige bloed dat op haar is vergoten wordt door de aarde aan het licht gebracht, ze zal het niet langer verbergen. Op die dag zal de Heer ingrijpen: Hij trekt zijn groot en machtig zwaard tegen Leviathan, de snelle, kronkelende slang, en Hij zal Leviathan doden, het monster in de zee.

 

Overweging

Dit gedeelte van Jesaja’s profetie lijkt wel een bezinningsmoment. Mensen die bevrijd zijn realiseren zich hoe dat heeft kunnen gebeuren.

Zij beseffen dat het niet door hun eigen dappere daden komt, maar: ‘al wat wij deden, hebt U voor ons gedaan.’ Het is de Heer die hun vijanden vernietigd heeft, en zo zijn volk heeft groot gemaakt.

Dagmeditatie 10 april 2021

Door Daan Kraan op 10 april, 2021 - 08:00

Jesaja 26 vers 1-13

Op die dag zal in Juda dit lied klinken: ‘Wij hebben een sterke stad, de Heer biedt ons redding als een wal, als een muur.

Open de poorten, opdat het rechtvaardige volk kan binnentreden, het volk van uw getrouwen.

De standvastige is veilig bij U, vrede is er voor wie op U vertrouwt. Vertrouw altijd op de Heer, alleen op Hem, want de Heer is een rots sinds mensenheugenis.

Hij haalt neer wie in de hoogte leven en veilig in hun onneembare vesting wonen. Hij brengt zelf hun stad ten val, Hij maakt haar met de grond gelijk, niets laat Hij van haar heel.

Dan wordt ze onder de voet gelopen, vertrapt door de zwakken, vertreden door de armen.’U effent het pad voor de rechtvaardige, U baant voor hen een rechte weg. Ook wij verlaten ons op U, Heer: wij gaan de paden van uw recht. Wij richten ons op uw naam, naar U gaat ons verlangen uit.

Reikhalzend kijk ik naar U uit, zelfs ’s nachts verlang ik naar U. Wanneer U een oordeel over de wereld velt, zullen de mensen op aarde gerechtigheid leren. Maar niet de goddeloze: al wordt hij gespaard, gerechtigheid zal hij nooit leren. In het land van het recht doet hij slechts onrecht, de macht van de Heer merkt hij niet op.

Heer, uw opgeheven hand ziet hij niet. Laat hem dan tot zijn schande zien hoe U ijvert voor uw volk, hoe het vuur uw vijand verteert.

 

Overweging

Gaan op de paden van het recht. Dat is wat het volk van Juda wil doen. En het is ongetwijfeld ook onze intentie, om rechtvaardig te zijn op al onze wegen.

Maar dat is niet altijd een gemakkelijke weg. De rechtvaardige mens is maar al te vaak een prooi voor hen die de gerechtigheid niet hebben geleerd en ook niet willen dienen. De ‘goddeloze’, zoals hij in deze profetie ook weer wordt genoemd. Dat is niet alleen in de politiek zo, of in het harde bedrijfsleven; ook in het gewone leven loopt een ‘rechtvaardige’ gevaar. Ik hoef maar te wijzen op het lot van Jezus.

Pagina's

Abonneren op Jozefkerk Assen RSS
glqxz9283 sfy39587stf02 mnesdcuix8
sfy39587stf03
sfy39587stf04