Komende diensten

zo 09 mei, 10:00 Gezamenlijke viering PKA
ds. Elly Veldman, ds. Bert Altena en ds. Ron Koopmans
do 13 mei, 10:00 Gezamenlijke viering PKA
Hemelvaartdienst - Ds. Ron Koopmans
zo 16 mei, 10:00 Ds. Ron Koopmans
Jonge Kerkdienst

Recente inhoud

Dagmeditatie 20 april 2021

Door Daan Kraan op 20 april, 2021 - 08:00

Psalm 100

Een psalm voor het dankoffer.

Juich de Heer toe, heel de aarde, dien de Heer met vreugde, kom tot Hem met jubelzang.

Erken het: de Heer is God, Hij heeft ons gemaakt, Hem behoren wij toe, zijn volk zijn wij, de kudde die Hij weidt.

Kom zijn poorten binnen met een loflied, hef in zijn voorhoven een lofzang aan, breng Hem hulde, prijs zijn naam: de Heer is goed, zijn liefde duurt eeuwig, zijn trouw van geslacht op geslacht.

 

Overweging

Het is goed om niet alleen tot de Heer te gaan met onze gebeden, maar om Hem ook te danken.

Ons dankoffer is ‘ons leven met Hem’, maar concreet kan dat ook gemaakt worden in een eredienst, waarin wij zijn naam prijzen, het offer dat Jezus bracht gedenken en vieren en waarin we ook onze ‘offeranden’ brengen voor Gods aangezicht.

Deze dank hoort uit te gaan van heel de aarde. Niet alleen u en jij en ik, maar heel de schepping en alle mensen hebben de Heer te danken voor wie Hij is.

De schepping is in het voorjaar al één en al lofzang. Bloemen die bloeien, vogels die zingen, ieder schepsel op zijne wijs. Maar mensen laten het er vaak bij zitten.

Daarom is het goed dat er een Gemeente is, die namens alle mensen dit dankoffer aan de Heer brengt. Een gemeente die bestaat uit het volk van Israël, en uit ons allen die er in Jezus Christus bijgekomen zijn.

Wij erkennen: de Heer is God. Hij heeft ons gemaakt. Hem behoren wij toe. Wij zijn zijn volk, de kudde die Hij weidt. Wanneer je dat zegt en zingt, dan zing je het als het ware weer bij je zelf naar binnen. Om te voorkomen dat je het vergeten zou. Want dat laatste gaat zo gemakkelijk.

Dagmeditatie 19 april 2021

Door Daan Kraan op 19 april, 2021 - 08:00

Ezechiël 34: 23-31

Ik zal een andere herder over ze aanstellen, een die ze wél zal weiden: David, mijn dienaar. Hij zal ze weiden, hij zal hun herder zijn. Ik, de Heer, zal hun God zijn, en mijn dienaar David hun vorst. Ik, de Heer, heb gesproken. Ik zal een vredesverbond met ze sluiten, Ik zal het land vrij van wilde dieren maken, zodat ze zelfs in de woestijn veilig kunnen wonen en in de bossen onbezorgd kunnen slapen. Ik zal mijn schapen en het land rondom mijn heuvel zegenen, en Ik zal de regen op gezette tijden doen neerdalen. Het zal regen zijn die zegen geeft. De bomen zullen vrucht dragen, de akkers zullen een goede opbrengst geven en zij zullen veilig leven in hun land. Ze zullen beseffen dat Ik de Heer ben wanneer Ik het juk breek waaronder ze gebukt gaan, en ze uit handen van hun onderdrukkers red. Ze zullen niet meer door andere volken worden geplunderd en niet meer worden verslonden door de wilde dieren, ze zullen veilig wonen en niemand zal ze meer opschrikken. Ik zal akkers voor ze aanleggen die geroemd zullen worden, in het hele land zal niemand meer van honger omkomen en ze zullen niet langer door andere volken worden vernederd. Ze zullen beseffen dat Ik, de Heer, hun God, bij hen ben en dat zij, het volk van Israël, mijn volk zijn – spreekt God, de Heer. Jullie zijn mijn schapen die Ik weid; jullie zijn mensen en Ik ben jullie God – zo spreekt God, de Heer.

 

Overweging

De profetie van Ezechiël krijgt hier iets ‘eschatologisch’. De woorden die de Heer spreekt stijgen uit boven ruimte en tijd. Het wordt een visioen, een hoopvol perspectief dat bijna bovenaardse trekken heeft.

Dagmeditatie 18 april 2021

Door Daan Kraan op 18 april, 2021 - 08:00

Ezechiël 34: 11-22

Dit zegt God, de Heer: Ik zal zelf naar mijn schapen omzien en zelf voor ze zorgen. Zoals een herder naar zijn kudde op zoek gaat als zijn dieren verstrooid zijn geraakt, zo zal Ik naar mijn schapen op zoek gaan en ze redden, uit alle plaatsen waarheen ze zijn verdreven op een dag van dreigende, donkere wolken. Ik zal ze uit alle volken terughalen en uit alle landen bijeenbrengen, Ik zal ze naar hun eigen land laten terugkeren. Op de bergen van Israël en bij de waterstromen zal Ik ze weiden, overal in het land waar mensen wonen. Ik zal ze laten grazen op een goede weide, ook hoog in de bergen van Israël zullen ze gras vinden; op Israëls bergen zullen ze rusten op groen grasland en in een grazige weide. Ik zelf zal mijn schapen weiden en ze laten rusten – spreekt God, de Heer. Ik zal naar verdwaalde dieren op zoek gaan, verjaagde dieren terughalen, gewonde dieren verbinden, zieke dieren gezond maken – maar de vette en sterke dieren zal Ik doden. Ik zal ze weiden zoals het moet. Wat jullie betreft, mijn schapen, dit zegt God, de Heer: Ik zal rechtspreken tussen het ene schaap en het andere, tussen rammen en bokken.

Wat jullie betreft, mijn schapen, dit zegt God, de Heer: Ik zal rechtspreken tussen het ene schaap en het andere, tussen rammen en bokken. Is het jullie niet genoeg dat jullie op de beste weide grazen? En dat jullie vertrappen wat er van het gras nog over is? Dat jullie het heldere water opdrinken en de rest met jullie poten troebel maken? Mijn schapen moeten eten van wat jullie hebben vertrapt, en drinken van wat jullie met je poten troebel hebben gemaakt. Daarom – dit zegt God, de Heer, over jullie: Ik zal rechtspreken tussen de vette en de magere schapen. Jullie dringen alle zwakke dieren met je flank en schouder weg, jullie stoten ze met je horens om ze te verjagen, en daarom zal Ik mijn schapen te hulp komen; ze zullen niet langer worden weg geroofd. Ik zal rechtspreken tussen de schapen.

 

Dagmeditatie 17 april 2021

Door Daan Kraan op 17 april, 2021 - 08:00

Ezechiël 34: 1-10

De Heer richtte zich tot mij: ‘Mensenkind, profeteer tegen de herders van Israël, profeteer en zeg tegen hen: “Dit zegt God, de Heer: Wee jullie, herders van Israël, want jullie hebben alleen jezelf geweid! Horen herders niet hun schapen te weiden? Jullie eten wel van hun kaas, jullie gebruiken hun wol voor je kleren en jullie slachten de vette dieren, maar de schapen weiden, dat doen jullie niet. Zwakke dieren hebben jullie niet laten aansterken, zieke dieren niet genezen, gewonde dieren niet verbonden, verjaagde dieren niet teruggehaald, verdwaalde dieren niet gezocht – jullie hebben de dieren hard en wreed behandeld. Zonder herder raakten ze verstrooid, en werden ze door wilde dieren verslonden. Mijn schapen zijn verstrooid, ze dwalen rond in de bergen en hoog in de heuvels; over heel het aardoppervlak raken ze verstrooid, en er is niemand die naar ze omziet, niemand die naar ze op zoek gaat.

Daarom, herders, luister naar de woorden van de Heer: Zo waar Ik leef – spreekt God, de Heer – mijn schapen hadden geen herder, ze werden weg geroofd en door de wilde dieren verslonden; en jullie, herders, keken niet naar mijn schapen om, jullie hebben alleen jezelf geweid maar niet mijn schapen!

Daarom, herders luister naar de woorden van de Heer: Dit zegt God, de Heer: Ik zal de herders straffen en mijn schapen opeisen; zij zullen ze niet meer mogen weiden. Ook zullen ze niet langer zichzelf weiden: Ik zal mijn schapen uit hun mond redden, ze zullen ze niet meer eten!’

 

Overweging

Dagmeditatie 16 april 2021

Door Daan Kraan op 16 april, 2021 - 08:00

Ezechiël 33: 21-33

Op de vijfde dag van de tiende maand van het twaalfde jaar van onze ballingschap kwam er een vluchteling uit Jeruzalem bij me die zei: ‘De stad is gevallen!’ De avond voor de komst van de vluchteling werd ik gegrepen door de hand van de Heer, en Hij opende mijn mond toen de vluchteling ’s morgens vroeg bij mij kwam. Toen mijn mond geopend werd, was ik niet langer stom.

De Heer richtte zich tot mij: ‘Mensenkind, de bewoners van de ruïnes in het land van Israël zeggen: “Abraham was maar alleen en toch kreeg hij heel het land in bezit; wij zijn met velen, dus is het land zeker aan ons gegeven en is het ons eigendom.”

Pagina's

Abonneren op Jozefkerk Assen RSS
glqxz9283 sfy39587stf02 mnesdcuix8
sfy39587stf03
sfy39587stf04