Komende diensten

zo 28 feb, 10:00 ds. Gerrit J. Gardenier
Ochtenddienst
zo 07 mrt, 10:00 Ds. Ron Koopmans
Ochtenddienst
wo 10 mrt, 19:30 Ds. Ron Koopmans
Biddag voor gewas en arbeid

Recente inhoud

Komende Online Uitzending

Klik op de afbeelding om naar ons YouTube kanaal te gaan

 

 

Dagmeditatie 11 februari 2021

Door Daan Kraan op 11 februari, 2021 - 08:00

Marcus 2:23 – 3:6

Eens liep Jezus op een sabbat tussen de korenvelden door. Zijn leerlingen gingen de velden in en begonnen aren te plukken. ‘Kijk eens!’ zeiden de farizeeën tegen Hem. ‘Waarom doen ze iets wat op sabbat niet mag?’ Maar Hij antwoordde: ‘Hebt u dan nooit gelezen wat David deed toen hij en zijn metgezellen gebrek leden en honger hadden? Hij ging het huis van God binnen – Abjatar was toen hogepriester – en at van de toonbroden, waarvan alleen de priesters mogen eten. En hij gaf ze ook aan zijn mannen te eten.’ En Hij voegde eraan toe: ‘De sabbat is er voor de mens, en niet de mens voor de sabbat; en dus is de Mensenzoon ook heer en meester over de sabbat.’

Weer ging Hij naar de synagoge. Daar was iemand met een verschrompelde hand. Ze letten op Hem om te zien of Hij die op sabbat zou genezen, zodat ze Hem zouden kunnen aanklagen. Hij zei tegen de man met de verschrompelde hand: ‘Kom in het midden staan.’

Aan de anderen vroeg Hij: ‘Wat mag men op sabbat doen: goed of kwaad? Een leven redden of het vernietigen?’ Maar ze zwegen. Hij keek hen boos aan, maar ook diepbedroefd vanwege hun hardleersheid, en toen zei Hij tegen de man die in het midden stond: ‘Steek uw hand uit.’ Hij stak zijn hand uit en er kwam weer leven in.

De farizeeën verlieten de synagoge en gingen meteen met de herodianen overleggen hoe ze Hem uit de weg zouden kunnen ruimen.

 

Overweging

Het bekende verhaal over het arenplukken op de sabbat. De leerlingen hebben onderweg blijkbaar trek. Wij zouden een pepermuntje pakken of wat meegenomen brood, maar de leerlingen plukken wat korenaren om wat op de korrels te kunnen kauwen. Zo stel ik het mij ten minste voor.

Dagmeditatie 10 februari 2021

Door Daan Kraan op 10 februari, 2021 - 08:00

Psalm 44

Voor de koorleider. Van de Korachieten, een kunstig lied.

God, met eigen oren hebben wij het gehoord, onze voorouders vertelden het ons door: de daden die U verrichtte in hun dagen, in de dagen van weleer.

Om hèn te planten hebt U volken verdreven, naties verslagen om ruimte te geven aan hèn. Zij verkregen het land niet met het zwaard, niet hun eigen kracht heeft hen gered, maar uw rechterhand, uw arm, het licht van uw gelaat. U had hen lief.

U, God, bent mijn koning, U beveelt de redding van Jakob. Met U stoten wij onze belagers neer, met uw naam vertrappen wij onze tegenstanders. Het is niet mijn boog waarop ik vertrouw, niet mijn zwaard dat mij redt,

U hebt ons gered van onze belagers, U liet onze haters beschaamd staan. God, wij loven U dag na dag, uw naam zullen wij altijd prijzen. Toch hebt U ons nu verstoten en vernederd: U trok niet ten strijde met onze legers, U deed ons wijken voor onze belagers, onze haters roofden ons leeg.

U hebt ons slachtvee uitgeleverd, ons onder vreemde volken verstrooid, U hebt uw volk van de hand gedaan, veel bracht de verkoop U niet op. U hebt ons het mikpunt van spot gemaakt, onze naburen smaden en honen ons, U hebt ons bij de volken belachelijk gemaakt, ze schudden meewarig het hoofd.

Heel de dag moet ik mijn schande dragen, het schaamrood bedekt mijn gezicht als ik de vijand hoor spotten en sarren, hem vol wraakzucht zie staan. Dit is ons overkomen, maar wij zijn U niet vergeten, uw verbond verloochenden wij niet, ons hart keerde zich niet van U af, onze voeten weken niet van uw pad.

Toch hebt U ons naar de jakhalzen verbannen en ons met diepe duisternis bedekt. Hadden wij de naam van onze God vergeten, onze handen uitgestrekt naar een vreemde god, zou God dit niet hebben ontdekt? Hij kent de geheimen van ons hart. Toch worden wij dag na dag om U gedood en afgevoerd als schapen voor de slacht.

Dagmeditatie 9 februari 2021

Door Daan Kraan op 9 februari, 2021 - 08:00

Marcus 2: 13-22

Jezus vertrok en ging weer naar het meer. Een grote mensenmenigte kwam naar Hem toe, en Hij onderwees hen. Toen Hij verderging zag Hij Levi, de zoon van Alfeüs, bij het tolhuis zitten, en Hij zei tegen hem: ‘Volg Mij.’ Levi stond op en volgde Hem. Op een keer was Hij bij Levi thuis uitgenodigd voor een maaltijd, samen met zijn leerlingen en een groot aantal tollenaars en zondaars, want velen van hen volgden Hem. Toen de farizese schriftgeleerden zagen dat Hij samen met zondaars en tollenaars at, zeiden ze tegen zijn leerlingen: ‘Eet Hij met tollenaars en zondaars?’ Jezus hoorde dit en zei tegen hen: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel; Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’

De leerlingen van Johannes en de farizeeën hadden de gewoonte regelmatig te vasten. Er kwamen mensen naar Jezus toe, die Hem vroegen: ‘Waarom vasten de leerlingen van Johannes en de leerlingen van de farizeeën wel, maar uw leerlingen niet?’ Jezus antwoordde: ‘Bruiloftsgasten kunnen toch niet vasten zolang de bruidegom bij hen nis? Nee, zolang ze de bruidegom bij zich hebben, kunnen ze niet vasten. Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, en dan is het hun tijd om te vasten. Niemand verstelt een oude mantel met een lap die nog niet gekrompen is, want dan trekt de nieuwe lap de oude stof kapot en wordt de scheur nog groter. Niemand giet jonge wijn in oude leren zakken, want dan scheuren ze open en gaat de wijn verloren, net als de zakken zelf. Jonge wijn hoort in nieuwe zakken.’

 

Overweging

Dagmeditatie 8 februari 2021

Door Daan Kraan op 8 februari, 2021 - 08:00

Marcus 2: 1-12

Toen Hij enkele dagen later terugkwam in Kafarnaüm, werd bekend dat Hij weer thuis was. Er stroomden zo veel mensen toe dat er zelfs voor de deur geen plaats meer was, en Hij verkondigde hun Gods boodschap. Er werd ook een verlamde bij Hem gebracht, die door vier mensen gedragen werd. Omdat ze zich niet door de menigte konden wringen, haalden ze een stuk van het dak weg boven de plaats waar Jezus zat, en toen ze een opening hadden gemaakt, lieten ze de verlamde op zijn draagbed naar beneden zakken. Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: ‘Vriend, u zonden worden u vergeven.’

Er zaten ook een paar schriftgeleerden tussen de mensen, en die dachten bij zichzelf: Hoe durft Hij dat te zeggen? Hij slaat godslasterlijke taal uit: alleen God kan immers zonden vergeven! Jezus had meteen door wat ze dachten en dus zei Hij: ‘Waarom denkt u zoiets? Wat is gemakkelijker, tegen een verlamde te zeggen: “Uw zonden worden u vergeven” of: “Sta op, pak uw bed en loop”? Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ Toen zei Hij tegen de verlamde: ‘Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.’ Meteen stond hij op, pakte zijn bed en ging weg; allen die dit zagen, stonden versteld en loofden God. ‘Zoiets hebben we nog nooit gezien,’ zeiden ze.

 

Overweging

Een mooi verhaal en een bekende geschiedenis. Je ziet het tafereel voor je. De mannen die de buitentrap nemen naar het platte dak, en daar een flink gat in maken waardoor zij hun verlamde vriend op het draagbed naar beneden laten zakken.

Dagmeditatie 7 februari 2021

Door Daan Kraan op 7 februari, 2021 - 08:00

Marcus 1: 35-45

Vroeg in de ochtend, toen het nog helemaal donker was, stond Jezus op, ging naar buiten en liep naar een eenzame plek om daar te bidden. Maar Simon en de anderen die bij hem waren, gingen Hem vlug achterna, en toen ze Hem gevonden hadden, zeiden ze tegen Hem: ‘Iedereen is naar U op zoek!’ Toen zei Hij: ‘Laten we ergens anders heen gaan, naar de dorpen hier in de omtrek, zodat Ik ook daar het goede nieuws kan brengen. Daarvoor ben Ik immers op weg gegaan.’

In heel Galilea bracht Hij het nieuws in de synagogen en dreef Hij demonen uit.

Er kwam iemand naar Hem toe die aan huidvraat leed; hij smeekte Hem om hulp en zei, terwijl hij op zijn knieën viel: ‘Als U wilt, kunt U mij rein maken.’ Jezus kreeg medelijden, stak zijn hand uit, raakte hem aan en zei: ‘Ik wil het, word rein.’ En meteen verdween zijn huidvraat en hij was rein.

Jezus stuurde hem weg met de ernstige waarschuwing: ‘Denk erom dat u tegen niemand iets zegt, maar ga u aan de priester laten zien en breng het reinigingsoffer dat Mozes heeft voorgeschreven, als getuigenis voor de mensen.’

Maar toen de man vertrokken was, ging hij overal breeduit rondvertellen wat er gebeurd was, met als gevolg dat Jezus niet langer openlijk in een stad kon verschijnen, maar op eenzame plaatsen buiten de steden moest blijven. Toch bleven de mensen van alle kanten naar Hem toe komen.

 

Overweging

In de lezingen uit het Oude Testament gaat de strijd tegen de volken die het beloofde land bewonen, en tegen hun bijgelovige praktijken, waarmee ze een bedreiging vormen voor het volk van Israël. Het land waar het goed leven is, moet vrij worden van afgoderij en bijgeloof.

In het Nieuwe Testament zien we dat de strijd zich verplaatst. Het land waar het goed leven is, heet nu ‘het koninkrijk van God’. En de machten waarvan de mensen nu bevrijd moeten worden, heten nu ‘de demonen.’

Maar het is dezelfde strijd.

Dagmeditatie 6 februari 2021

Door Daan Kraan op 6 februari, 2021 - 08:00

Psalm 83

Een lied, een psalm van Asaf.

God, houd U niet stil, zwijg niet, God, zie niet onbewogen toe, uw vijanden roeren zich, trots heffen uw haters het hoofd.

Tegen uw volk smeden zij een complot, ze spannen tegen uw lieveling samen, en zeggen: ‘Kom, wij verdelgen dit volk, Israëls naam zal nooit meer worden genoemd.’Zij hebben samen plannen gesmeed en zich tegen U verenigd: de tenten van Edom en de Ismaëlieten, Moab en de zonen van Hagar, Gebal en Ammon en Amalek, Filistea en de bewoners van Tyrus.

Zelfs Assyrië heeft zich aangesloten en de hand gereikt aan de zonen van Lot. Doe met hen als met Midjan, als met Sisera en Jabin in het Kisondal, die bij Endor werden vernietigd en als mest op het land bleven liggen. Behandel hun vorsten als Oreb en Zeëb, hun leiders als Zebach en Salmunna, die zeiden: ‘Wij bezetten het land waar God zijn woning heeft.’

Mijn God, maak hen tot distelpluis, tot kaf dat verwaait in de wind. Zo snel als vuur het bos verbrandt, als vlammen de bergen verschroeien, laat zo uw storm hen voortjagen, uw wervelwind hen verwarren.

Overdek hen met schande, dan zullen zij vragen naar uw naam, Heer. Laat het beschaamd staan, in verwarring raken en eerloos verloren gaan, voorgoed. Dan zullen zij weten dat uw naam Heer is, dat U alleen de Allerhoogste bent op aarde.

 

Overweging

Pagina's

Abonneren op Jozefkerk Assen RSS
glqxz9283 sfy39587stf02 mnesdcuix8
sfy39587stf03
sfy39587stf04