Dagmeditatie 9 januari 2021

Door Daan Kraan op 9 januari, 2021 - 08:00

Genesis 15: 12-21

Toen de zon op het punt stond onder te gaan, viel Abram in een diepe slaap. Opeens werd hij overweldigd door angst en diepe duisternis. Toen zei de Heer: ‘Wees ervan doordrongen dat je nakomelingen als vreemdelingen zullen wonen in een land dat niet van hen is en dat ze daar slaaf zullen zijn en onderdrukt zullen worden, vierhonderd jaar lang. Maar Ik zal hun onderdrukkers ter verantwoording roepen, en dan zullen ze wegtrekken, met grote rijkdommen. Wat jou betreft: je zult in vrede met je voorouders worden verenigd en in gezegende ouderdom begraven worden. Pas de vierde generatie zal hierheen terugkeren, want pas dan hebben de Amorieten zo veel misdaden bedreven dat de maat vol is.’

Toen de zon ondergegaan was en het helemaal donker was geworden, was daar plotseling een oven waar rook uit kwam, en een brandende fakkel die tussen de dierhelften door ging. Die dag sloot de Heer een verbond met Abram. ‘Dit land,’ zei Hij, ‘geef Ik aan jouw nakomelingen, van de rivier van Egypte tot aan de grote rivier, de Eufraat: het gebied van de Kenieten, Kenizzieten en Kadmonieten, de Hethieten, Perizzieten en Refaïeten, de Amorieten, Kanaänieten, Girgasieten en Jebusieten.’

 

Overweging

‘Hoe kan ik er zeker van zijn dat ik het (land) in bezit zal krijgen?’ had Abram gevraagd. Abram wil zekerheid, zeker weten. Dingen zeker weten over de toekomst is altijd een hachelijke zaak. Alles te weten maakt niet gelukkig. Mensen die meer willen weten van hun toekomst dan ons toe komt, raken vaak verzeild in grote angst.

Het is de angst die Abram overweldigt als hij in de schemering in slaap valt bij de rijen met dierhelften. En de Heer geeft hem een kijkje in zijn toekomst.

Het bezit van het land komt zijn nakomelingen niet zomaar toe. Het zal gaan via Egypte, via de overdrukkers. Ze zullen vreemdelingen zijn en slaaf. Vierhonderd jaar lang. Het is de Heer die hen bevrijden zal, en pas de vierde generatie zal terugkeren naar Kanaän, en het land bezitten.

Dat is de weg die de Heer met ons gaat. Het gaat naar het leven, naar de Bevrijding, maar door de dood heen. En de weg is lang, vergt veel geduld, en velen zullen sterven zonder in bezit te hebben.

Of Abram gelukkig wordt van dit kijkje in de toekomst? Soms kun je maar beter niet-weten.

Maar er is hoop. Er kómt dus een tijd dat de maat van de misdaden van de Amorieten vol is. Eens komt de grote zomer…

En Abram zelf zal in vrede kunnen sterven en begraven worden. In gezegende ouderdom.

Als de zon helemaal ondergegaan is, ziet Abram in het visioen nog meer: een rokende oven, teken van Gods aanwezigheid. Een brandende fakkel die tussen de dierstukken doorgaat. Zó sloot men een verbond, door tussen de stukken door te lopen. Nu gaat de Heer deze gang. Alleen Hij. Híj sluit het verbond: Abrams nakomelingen zúllen het land krijgen uit zijn hand. En het is groot, héél groot, van Nijl tot Eufraat. Heel de toenmalig bekende wereld. Gods rijk gaat over alle grenzen heen.

Dit blijft zelfs nu voor ons een visioen, van ver.

Maar het geeft wel hoop, en hoop doet leven.

 

glqxz9283 sfy39587stf02 mnesdcuix8
sfy39587stf03
sfy39587stf04