Dagmeditatie 30 juli 2020

Door Daan Kraan op 29 juli, 2020 - 21:27

Exodus 25: 23-30

Maak een tafel van acaciahout, twee el lang, één el breed en anderhalve el hoog. Overtrek hem met zuiver goud en breng rondom een gouden sierlijst aan; een rand van een hand breed, in een gouden lijst gevat. Maak vier gouden ringen en bevestig ze aan de vier hoeken, bij de poten. De ringen moeten vlak onder de rand zitten; ze zijn bestemd voor de draagbomen waarmee de tafel gedragen wordt. De draagbomen voor de tafel moet je van acaciahout maken en je moet ze vergulden. Maak ook de bijbehorende schotels, schalen en kannen, en kommen voor de wijnoffers, allemaal van zuiver goud. Leg op de tafel het toonbrood, dat moet daar altijd blijven liggen.

 

Overweging

Een tafel, met daarop brood. Toonbrood, brood dat er ligt als symbolische gave voor de Heer. Het is voor ons een wat vreemd idee. Uit andere godsdiensten, zoals het hindoeïsme, kennen we wel offers met etenswaar, die neergezet worden voor de godheid, opdat hij te eten heeft.

Wij geloven niet dat de Heer voor zijn eten afhankelijk is van de gaven van de mensen. Het is eerder andersom. Toch is het toonbrood teken van de gaven van de mensen voor God. Een teken van hun verbondstrouw.

Het aantal toonbroden dat op de houten, met goud overtrokken, tafel komt te liggen is twaalf. De broodgave komt dus van heel Israël, van al de twaalf stammen. En het moet elke sabbat worden vernieuwd.

Leviticus 24 vers 5-9 vertelt iets meer over de twaalf toonbroden.

Daaruit blijkt, dat de broden uiteindelijk bestemd zijn als voedsel voor de priesters, voor Aäron en zijn zonen. Zij moeten het eten op een heilige plaats. Een ander mag er niet van eten.

Bekend is het verhaal uit het eerste boek Samuël (hoofdstuk 21), waar David die op de vlucht is voor koning Saul, samen met zijn mannen hongerig aankomt bij het heiligdom te Nob. De priester aldaar heeft geen gewoon brood voorhanden, en geeft aan David van het heilige toonbrood. Een uitzondering, die de regel bevestigt.

Ook wij hebben een tafel in onze kerk staan. Gewoon van hout, en niet met goud overtrokken. Wel draagbaar! Op deze tafel ligt geen brood, alleen bij de viering van het Heilig Avondmaal. Wel staan er tijdens de gewone eredienst altijd een broodschaal en een wijnkan, die het Avondmaal, brood-en-wijn, symboliseren.

Ook ons brood-en-wijn bij het Avondmaal heeft ook te maken met onze gaven. Vandaar dat midden in de viering, voor de gemeenschap van brood en wijn, ook altijd de collecte is, en niet zoals anders aan het einde van de dienst.

Behalve symbool van onze gaven aan de Heer zijn brood en wijn vooral tekenen van Gods gave aan ons. Jezus die zich met lichaam en bloed, hart en ziel voor ons opgeofferd heeft tot verzoening van al onze zonden. Wij mogen eten en drinken, om de verbondenheid met Jezus te beleven. Een regel bijna zonder uitzonderingen!

Na de viering worden brood en wijn bij ons opgeruimd, ze blijven niet staan op de tafel. In katholieke kerken wordt het brood echter opgeborgen en bewaard, in een kast, bijna een kluis, die daar ‘tabernakel’ wordt genoemd. Dat is niet voor niets.

Het is als een bijna eeuwig toonbrood, waarin God zelf aanwezig is in zijn heiligdom.

glqxz9283 sfy39587stf02 mnesdcuix8
sfy39587stf03
sfy39587stf04