Dagmeditatie 28 juli 2020

Door Daan Kraan op 27 juli, 2020 - 19:59

Exodus 25: 1-9

De Heer zei tegen Mozes: ‘Vraag de Israëlieten Mij geschenken te geven; neem van ieder die daartoe bereid is een bijdrage in ontvangst. Je moet het volgende van hen vragen: goud, zilver en koper, blauwpurperen, roodpurperen en karmozijnrode wol, fijn linnen garen en geitenhaar, rood geverfde ramsvellen, vellen van zeekoeien, acaciahout, lampolie, geurige specerijen voor de zalfolie en voor de reukoffers, onyxstenen voor de priesterschort en edelstenen voor de borsttas. De Israëlieten moeten een heiligdom voor mij maken, zodat Ik te midden van hen kan wonen. Ik zal je een ontwerp laten zien van de tabernakel en van alle voorwerpen die bij deze tent horen; houd je daar nauwkeurig aan.’

 

Overweging

De Israëlieten moeten een heiligdom voor de Heer maken. Dat is niet alleen in het belang van de Heer, maar ook van henzelf. De Heer kan dan namelijk wonen te midden van hen. God is op deze manier zijn volk heel nabij, en zo wil Hij het ook.

Er zijn in dit korte stukje een paar dingen waarbij ik even wil stil staan.

Allereerst: Mozes moet aan de Israëlieten geschenken vragen.

Het gaat dus om een vrijwillige bijdrage! Je kunt volk-van-God zijn, maar dat wil dus niet zeggen dat daar automatisch een ‘belastingaanslag’ op volgt. De bijdrage voor Gods heiligdom wordt gegeven uit vrije wil. Dat is een aardige bodem onder de manier waarop we in onze kerk de kerkelijke bijdrage hebben georganiseerd, als vrijwillige bijdrage. Niet als plicht! In het oude oosten was zo’n opstelling van God echter uitzondering. Overal legden heersers hun bevolking zware lasten op. Zoals in Egypte, waar ook de Israëlieten slavenarbeid moesten verrichten ter wille van de Farao en Egyptes godsdienst. Daaruit waren ze nu bevrijd. Vrijheid is in Israël, en dus ook bij ons als ‘bijgevoegden’, een groot goed.

Verder kan de vraag opkomen hoe zo’n door de woestijn trekkend volk nu moet komen aan goud en zilver en al die wol, vellen van zeekoeien enzovoort. De zeekoeien liggen in de woestijn immers niet voor het oprapen! Dit is te verklaren uit het feit dat de Israëlieten bij de uittocht van de Egyptenaren vele kostbaarheden meevroegen en meekregen. (Exodus 12: 35 en 36). Déze worden nu aangewend voor het maken van het heiligdom.

Ten slotte het zinnetje: ‘houd je daar nauwkeurig aan.’ Dat is van groot belang. Wij zouden misschien zeggen: ach, wat maakt het uit hoe het er precies komt uit te zien. God kan toch overal wonen? Maar zo zit het niet.

Als de Heer met zijn volk een verbond aangaat, dan bepaalt Hij de voorwaarden. Het volk mag instemmen met ja of nee, maar God bepaalt de regels.

Zo is het ook bij zijn wonen te midden van het volk. De Heer bepaalt hoe het heiligdom eruit ziet, Hij bepaalt ook hoe het volk Hem mag naderen en hoe niet. Als mensen het met hun eigen regels proberen, ‘vreemd vuur brengen op het altaar’, betekent dat hun dood. Gods regels zijn er zo ook in ons eigen belang.

De Heer kiest ervoor onder ons te wonen in Woord en Sacrament. En Hij wil zijn gemeente ontmoeten. Nu dat vandaag de dag nauwelijks kan, is dat echt een gemis. Onlinediensten zijn een zegen, maar het is ook behelpen. We hopen en bidden dat het ooit weer mag worden zoals het hoort, zodat de Heer ook ons weer kan ontmoeten zoals Hij dat wil. Want hoe wij samenkomen, maakt Hem wel degelijk uit!

glqxz9283 sfy39587stf02 mnesdcuix8
sfy39587stf03
sfy39587stf04