Dagmeditatie 27 juli 2020

Door Daan Kraan op 26 juli, 2020 - 22:28

Zacharia 14: 12-21

De volken die tegen Jeruzalem ten strijde zijn getrokken, zullen door de Heer worden getroffen met een afgrijselijke plaag: terwijl ze nog levend rondlopen zal Hij hun vlees laten wegteren van hun botten, hun ogen laten wegrotten in hun kassen en hun tong laten wegrotten in hun mond. De Heer zal op die dag zo’n paniek onder hen zaaien dat ze elkaar beetgrijpen en slaags raken. Ook Juda zal zich mengen in de slag om Jeruzalem. De rijkdommen van de belagers zullen als buit bijeen worden gebracht: grote hoeveelheden goud, zilver en kostbare gewaden. En alle dieren in het vijandelijke kamp, paarden, muildieren, kamelen en ezels, zullen door dezelfde plaag worden getroffen als de mensen.

De overlevenden van de volken die Jeruzalem hebben belaagd, zullen dan jaarlijks naar de stad komen om de Heer van de hemelse machten te vereren en het Loofhuttenfeest te vieren. En is er op aarde een volk dat niet naar Jeruzalem komt om de Heer van de hemelse machten als koning te vereren, dan zal er in dat land geen regen vallen. Ook Egypte zal, wanneer zijn volk niet naar Jeruzalem komt, stellig worden getroffen door deze plaag, waarmee de Heer de volken straft die het Loofhuttenfeest niet komen vieren. Dat zal de straf zijn voor Egypte en de andere volken die niet deelnemen aan het Loofhuttenfeest.

Als die tijd aanbreekt, zal zelfs op de bellen van de paarden gegraveerd staan: ‘Aan de Heer gewijd’. De kookpotten in de tempel zullen dienen als offerschalen voor het altaar. Alle kookpotten in Jeruzalem en Juda zullen aan de Heer van de hemelse machten gewijd zijn; ieder die wil offeren, kan ze gebruiken om er zijn offer in te bereiden. Als die tijd aanbreekt, zullen er nooit meer handelaars zitten in de tempel van de Heer van de hemelse machten.

 

Overweging

Het oordeel van de Heer over volken die ten strijde trekken tegen Jeruzalem is niet mals. Als je leest van wegteren en wegrotten, dan griezelt het je toe.

We weten dat ook in onze tijd het volk Israël nog steeds vaak de ‘gebeten hond’ is. Er zijn maar weinig landen waar joden echt op een veilig en beschermd bestaan kunnen rekenen: zelfs in ons land moet door hen bij welke activiteit dan ook een flinke beveiliging worden geregeld. En de staat Israël wordt tot in de Verenigde Naties en de Veiligheidsraad toe nog altijd anders behandeld en beoordeeld dan andere volken. Ze krijgen resolutie na resolutie ‘aan hun broek’, terwijl het de enige functionerende democratie in het Midden Oosten betreft.

De haat zit dus diep en de Heer weet dat. Een toekomstige wraakexpeditie tegen zijn volk is dus niet denkbeeldig. Maar de straf daarop zal vreselijk zijn. Het is maar dat we het weten.

De overlevenden van de volken zullen een grote opdracht ontvangen: jaarlijks naar Jeruzalem komen, om het Loofhuttenfeest te vieren. Dat is hèt feest waarin Gods volk zijn afhankelijkheid van de zegen van de Heer beleeft. Onder een open hemel wordt het gevierd. En deze viering wordt een plicht. Geen viering, dan ook geen regen!

Egypte kan denken: we hebben toch de Nijl. Maar die zal dan geen soelaas bieden.

Jeruzalem zal eindelijk de plaats ontvangen die het verdient: als een plaats van gebed, van samenkomst, een woonplaats van de Heer.

Alles zal daartoe worden ingericht, tot het kookgerei aan toe. ‘Gewijd aan de Heer’. Dat wil ook zeggen: geschikt voor Zijn dienst!

En de handelaren gaan de tempel uit. Zal Jezus hieraan gedacht hebben, toen Hij eeuwen later de kooplui van de voorhof van de tempel verwijderde?

Gods huis zal een bedehuis zijn voor alle volken!

Hiermee eindigt het boek Zacharia. Morgen keren we terug naar het boek Exodus. Maar ook dan gaat het over het heiligdom voor de Heer.

glqxz9283 sfy39587stf02 mnesdcuix8
sfy39587stf03
sfy39587stf04