Dagmeditatie 21 november 2020

Door Daan Kraan op 21 november, 2020 - 08:00

Daniël 11: 36-45

De koning doet wat hij wil. Hij wordt hoogmoedig en stelt zich boven iedere god, en tegen de God der goden spreekt hij lasterlijke woorden. Toch zal hij in voorspoed leven totdat de toorn is uitgewoed, want wat besloten is moet worden uitgevoerd. Ook op de goden van zijn voorouders slaat hij geen acht, noch op de bij vrouwen geliefde god, noch op enige andere god, want hij stelt zich boven alle goden. In plaats daarvan vereert hij de god van de vestingen: met goud, zilver, edelstenen en andere kostbaarheden vereert hij een god die zijn voorouders nooit gekend hebben. Versterkte vestingen valt hij aan met hulp van die vreemde god. Allen die hem erkennen, overlaadt hij met eerbewijzen en maakt hij heerser over velen; als beloning geeft hij hun grond.

In de eindtijd zal de koning van het Zuiden met hem in botsing komen en de koning van het Noorden zal hem bestormen met wagens en ruiters en talloze schepen. Hij zal landen binnenvallen en er als een vloedgolf doorheen razen. Ook het Sieraadland valt hij binnen. Velen worden onderworpen, alleen de volgende volken zullen aan hem ontkomen: Edom, Moab en het belangrijkste deel van de Ammonieten. Hij wordt heer en meester over vele landen, ook Egypte ontkomt niet aan hem. Hij eigent zich de goud- en zilverschatten en de andere kostbaarheden van Egypte toe. Libiërs en Nubiërs maken deel uit van zijn gevolg. Maar geruchten uit het oosten en het noorden zullen hem opschrikken, en hij zal in grote woede uittrekken om velen te verdelgen en te vernietigen. Hij zal zijn koninklijke tenten opslaan tussen de zee en de berg van het heilig Sieraad, maar dan vindt hij zijn einde zonder dat iemand hem helpt.

 

Overweging

De koning waarover het hier gaat is nog steeds de ‘verachtelijke man’ waarover we eerder hoorden. Hij spreekt lasterlijke woorden tegen de God der goden, en gaat ook tegen mensen op een verschrikkelijke wijze tekeer.

Er zijn in de geschiedenis wel meer koningen en machtigen die verwoestend bezig zijn (geweest), en ook heden ten dage zijn er genoeg die alleen maar de god van de oorlog (hier de ‘god van de vestingen’ genoemd) lijken te aanbidden. Zij onderdrukken de gewone mensen wreed, en lasteren zo constant de naam van de Heer die naar de kleinen omziet. Intussen leven ze zelf in voorspoed….

En dan vraag je je af: hoe komt het toch dat zo’n vreselijke heerser zijn gang maar kan gaan? Waarom wordt hij niet gestopt, en kan hij maar blijven zitten op zijn koningstroon? Het lijkt wel of de gevaarlijkste tirannen met de grootste monden al maar beschermd worden door de Heer…!

‘Beschermd worden’ is een groot woord. Wel is het zo, dat de hoogmoedige koning Antiochus, waarover het in dit gedeelte gaat, in dienst staat van het plan van de Heer. ‘De toorn moet zijn uitgewoed’, en: ‘wat besloten is moet worden uitgevoerd.’ Het moet blijkbaar eerst nog erger worden, voordat de Heer ingrijpt en de eindelijk keren. En het gebeurt: de machten van de wereld spannen samen, vooral ook tegen het heilig Sieraad, dat is de tempel van God in Jeruzalem. Maar dàn zal uiteindelijk de Heer ook echt ingrijpen, en zijn beslissende slag slaan.

Dat laatste, daar is het wachten nog op. In deze tussentijd wordt van ons mensen heel veel geduld gevraagd. Wanneer we leven in een land waar nog vrede is, zoals bij ons, mogen we ‘de handen dichtknijpen’. Dat besef je als je goed om je heen kijkt. Beter nog is het om onze handen te vouwen, en de Heer te bidden dat Hij spoedig komen zal. Zodat de wrede heersers van deze wereld tot hun einde komen, en de mensen tot hun recht.

 

glqxz9283 sfy39587stf02 mnesdcuix8
sfy39587stf03
sfy39587stf04