Dagmeditatie 20 november 2020

Door Daan Kraan op 20 november, 2020 - 08:00

Daniël 11: 25-35

Hij (de verachtelijke man, koning van het Noorden) zal zijn krachten verzamelen en met een groot leger optrekken tegen de koning van het Zuiden. De koning van het Zuiden zal zich opmaken voor een strijd met een zeer groot en krachtig leger, maar hij zal geen stand kunnen houden, want men zal een aanslag tegen hem beramen. Zijn eigen disgenoten bewerkstelligen zijn ondergang, zijn leger wordt onder de voet gelopen en er vallen vele doden. Beide koningen hebben kwaad in de zin, al zitten ze samen aan één tafel. Ze misleiden elkaar maar het baat hun niet, want de vastgestelde tijd is nog niet aangebroken. Dan keert de koning van het Noorden beladen met rijkdommen naar zijn land terug, vol haat tegen het heilig verbond. Zo zal hij optreden en naar zijn land terugkeren.

Op de vastgestelde tijd zal hij opnieuw het Zuiden binnenvallen, maar de tweede keer verloopt anders dan de eerste. Schepen van Kittiërs vallen hem aan, zodat hij wordt afgeschrikt en rechtsomkeert maakt. Eenmaal terug richt hij zijn woede tegen het heilig verbond en besteedt hij zijn aandacht aan hen die het heilig verbond verzaken. Hij brengt strijdkrachten op de been; die zullen het heiligdom, de vesting, ontwijden, het dagelijks offer afschaffen en een verwoesting brengend afgodsbeeld oprichten. Degenen die zich niet houden aan het verbond, verleidt hij op listige wijze tot afvalligheid, maar degenen die hun God trouw zijn zullen zich met kracht verzetten. De verlichten onder het volk brengen velen tot inzicht, maar een tijd lang worden zij te vuur en te zwaard bestreden, gevangengezet en beroofd. Tijdens hun onderdrukking krijgen ze enige hulp, al zullen velen zich onder valse voorwendselen bij hen aansluiten. Maar ook sommige van de verlichten komen ten val; mogen zij worden gelouterd, gereinigd en gezuiverd tot aan de eindtijd, want de vastgestelde tijd is nog niet aangebroken.

 

Overweging

De oorlogvoering in de jaren richting het Einde gaat maar door. En alles komt daarin voorbij, ook een aanslag tegen de koning van het Zuiden door mensen met wie hij nota bene samen aan tafel zat. Als dit alles toch niet helpt, dan richt de koning van het Noorden zich uit frustratie tegen het ‘heilig verbond’, dat wil zeggen tegen de tempel van Jeruzalem en het volk van God. Zij zijn vaker in de geschiedenis degenen die, als er ergens in de wereld iets mis gaat, alle klappen maar weer moeten opvangen.

De voorzegging klopt: onder Antiochus de vierde, ‘Epifanes’ genoemd, wordt de tempel inderdaad ontwijd. Hij schaft het dagelijkse offer ter ere van de Heer af en richt een afgodsbeeld op dat verwoestende uitwerking heeft op het geloof van de mensen.

Want hoe reageert Gods volk? Er zijn er die het verbond verzaken, die afvallig zijn en meegaan in de afgodsdienst. Anderen houden hun geloof wel vast, maar worden steeds op listige wijze ertoe verleid om ook maar afvallig te worden.

‘Maar degenen die hun God trouw zijn zullen zich met kracht verzetten’. In de vorige vertaling stond heel mooi: ‘maar het volk dat zijn God kent, zal sterk zijn en daden doen’. De verlichten, de verstandigen onder het volk spelen een grote rol: zij brengen velen tot inzicht, zodat ze niet meer in de verleidingen trappen. Helaas moeten die verlichten dit betalen met vervolging. Een ‘kleine hulp’ krijgen ze, maar ook dat heeft weer een negatieve kant: mensen sluiten zich onder valse voorwendselen bij hen aan. Het is een verwarrende tijd: wie staat aan de goede kant? Zelfs onder de verstandigen is er afvalligheid, maar hun geldt een goede wens: mogen ze worden gelouterd, gereinigd, gezuiverd tot aan de eindtijd. De spreker, de man in het linnen gewaad, neemt het degenen die falen en vallen blijkbaar niet voor eeuwig kwalijk. En daarin horen wij de genade van de Heer doorklinken.

Ook wij maken soms verwarrende tijden door, waarbij je niet weet wat te doen of te laten, en wie er aan de goede kant staat. Achteraf is het altijd makkelijk mensen op hun falen te wijzen, maar als je er middenin zit, is niet iedereen een held. Laten we elkaar nooit beschuldigen of veroordelen. Laten we eerder voor elkaar bidden, dat onze zwakheden ons vergeven worden, en de Heer ons van die schuld zal reinigen voor het Einde komt.

 

glqxz9283 sfy39587stf02 mnesdcuix8
sfy39587stf03
sfy39587stf04