Dagmeditatie 19 november 2020

Door Daan Kraan op 19 november, 2020 - 08:00

Daniël 11: 13-24

Opnieuw brengt de koning van het Noorden een menigte op de been, groter nog dan de eerste. Na enige jaren trekt hij op met en groot leger dat geweldig is toegerust. In die tijd komen velen tegen de koning van het Zuiden in opstand; wettelozen uit je eigen volk komen in verzet om een visioen te verwerkelijken, maar zij komen ten val. De koning van het Noorden zal komen, een bestormingswal opwerpen en een versterkte stad innemen. De strijdkrachten van het Zuiden kunnen geen stand houden, zelfs hun keurtroepen slagen er niet in weerstand te bieden. De aanvaller doet wat hij wil, er is niemand die tegen hem standhoudt. Zo vestigt hij zich ook in het Sieraadland, waar hij verderf zal zaaien. Hij neemt zich voor nog verder op te trekken tegen zijn vijand en spreekt daarvoor de hele kracht van zijn koninkrijk aan. Om diens rijk te gronde te richten, treft hij een vergelijk met hem; hij geeft hem een dochter tot vrouw, maar het loopt anders en het baat hem niet. Dan laat hij zijn oog vallen op de kustlanden en verovert er vele, maar een bevelhebber maakt een einde aan zijn hoogmoedig optreden zonder dat dit vergolden kan worden. Daarna keert hij zich tegen de vestingen van zijn eigen land, maar hij komt ten val en verdwijnt. In zijn plaats staat een heerser op die er iemand op uit stuurt om schatting te innen tot meerdere eer van het koninkrijk, maar hij wordt binnen enkele dagen gebroken, al is het niet door toorn of strijd.

In zijn plaats staat een verachtelijk man op, aan wie geen koninklijke waardigheid is verleend. Hij komt uit het niets en weet het koningschap door sluwheid te verwerven. Binnenvallende strijdkrachten worden door hem overrompeld en gebroken, zo ook een leider van het verbond. Wie zich met hem verbindt, wordt door hem bedrogen. Zo werkt hij zich omhoog en wordt hij machtig, al heeft hij maar weinig aanhangers. Onverhoeds komt hij in de vruchtbaarste delen van de provincie en doet wat geen van zijn voorouders ooit heeft gedaan: roofgoed, buit en rijkdom strooit hij voor zijn aanhangers uit. Ook tegen versterkte plaatsen smeedt hij plannen, maar dat duurt slechts korte tijd.

 

Overweging

De oorlogen nemen steeds afschuwelijker vormen aan. De door de engel niet bij name genoemde vorsten zijn in de geschiedenis onder meer de Syrische koning Antiochus III en de Egyptische koning Ptolemeüs. De dochter die aan de Egyptische koning tot vrouw gegeven wordt, is de ons van naam bekende Cleopatra. Maar het plan van de Syrische koning mislukt, want Cleopatra kiest partij voor haar nieuwe land Egypte….

Intussen is ook ‘het Sieraadland’ veroverd. Hiermee wordt Israël bedoeld.

Daniël krijgt te horen dat ‘wettelozen’ uit zijn eigen volk in verzet zullen komen. Vooral uit de apocriefe boeken van de Maccabeeën is bekend dat er in de derde en tweede eeuw voor Christus verschillende strijdgroepen in Israël zijn, die zich van hun wrede bezetters willen ontdoen. Vaak ontstaan zij op grond van een visioen. Zij handelen naar eigen zeggen volgens een ‘goddelijke opdracht’, een messiaans idealisme. Zulke strijders zijn vaak het fanatiekst. Maar uit alles blijkt dat de Heer daar niet veel van moet hebben. ‘Wettelozen’ worden ze genoemd. Israël heeft zich in alle omstandigheden alleen te houden aan Gods Tora en, als het ook maar enigszins mogelijk is, aan het trouw bijwonen van de eredienst. Zij hoeven geen overheden omver te werpen, hoe wreed die soms ook zijn.

Ook vandaag de dag worden we weer geconfronteerd met mensen die, op grond van hun godsdienst, het recht in eigen hand willen nemen. Ze zaaien in hun fanatisme dood en verderf en roepen daarbij de grootheid uit van hun god, maar ze doen de zaak van de godsdienst geen goed. De Heer, onze God, zit niet op zulke ‘strijders’ te wachten….

Ten slotte lezen we: ‘Een verachtelijk man’ staat op. In de eerdere profetieën in de hoofdstukken 7 tot 9 kwamen we hem al tegen: de kleine horen, de meedogenloze koning bedreven in listen. In de geschiedenis denken wij aan Antiochus IV Epifanes. De tegenstand tegen God en zijn volk wordt onder zijn bewind steeds groter en harder….

Zal Gods volk onder die grote verdrukking kunnen standhouden?

glqxz9283 sfy39587stf02 mnesdcuix8
sfy39587stf03
sfy39587stf04