Dagmeditatie 18 november 2020

Door Daan Kraan op 18 november, 2020 - 08:00

Daniël 11: 2b-12

Er zullen nog drie koningen in Perzië opstaan, en de vierde zal een grotere rijkdom bezitten dan alle eerdere. Als hij door zijn rijkdom macht verworven heeft, zal hij alles en iedereen opzetten tegen het Griekse rijk. Daarna staat er een heldhaftige koning op, die met een groot gezag regeert en doet wat hij wil. Maar nauwelijks is hij opgestaan, of zijn koninkrijk stort ineen en wordt opgedeeld naar de vier windrichtingen. Zijn rijk valt niet aan zijn nakomelingen toe en is niet zo machtig als toen hijzelf heerste, want het wordt uiteengerukt, het komt aan anderen dan de zijnen toe.

De koning van het Zuiden zal machtig worden, maar een van zijn vorsten wordt nog machtiger dan hij en zal in zijn plaats heersen; zijn heerschappij zal zich over een groot gebied uitstrekken. Na verloop van jaren sluiten zij een verbintenis: de dochter van de koning van het Zuiden zal huwen met de koning van het Noorden om de vrede te bezegelen, maar zij zal haar invloed niet behouden en zijn macht zal evenmin blijven bestaan. Op zeker moment wordt zij uitgeleverd, evenals haar gevolg, de man die haar verwekte en de man die haar tot vrouw nam. Een van haar verwanten treedt in diens plaats, trekt op tegen het leger en dringt de vesting van de koning van het Noorden binnen; hij komt als overwinnaar uit de strijd. Zelfs hun goden, hun gegoten beelden en hun kostbare voorwerpen van zilver en goud voert hij als buit naar Egypte. Daarna laat hij de koning van het Noorden enkele jaren met rust. Deze op zijn beurt zal het rijk van de koning van het Zuiden binnenvallen, maar daarna zal hij naar zijn eigen land terugkeren. Zijn zonen zullen zich wapenen voor de strijd en een menigte grote legers ronselen. Hun legermacht trekt op, voortrazend als een vloedgolf, en komt bij een tweede veldtocht tot aan de vesting van de vijand. Dit verbittert de koning van het Zuiden, hij trekt ten strijde tegen de koning van het Noorden. Deze brengt een grote menigte op de been, maar die valt in handen van zijn tegenstander. En wanneer de menigte is weggevaagd wordt de koning van het Zuiden hoogmoedig; tienduizenden velt hij, maar toch is hij niet machtig.

 

Overweging

Nu, de waarheid die de engel aan Daniël openbaart, is er een van ‘een en al strijd’. Dat is blijkbaar de waarheid over onze wereld: de grootmachten zijn met elkaar in oorlog, en het houdt maar niet op. Niet vanzelf…

Speelt de strijd zich eerst nog af tussen de koningen van Perzië en Griekenland, de strijd verplaatst zich daarna tussen de koningen van het Zuiden en die van het noorden, dat wil zeggen: tussen Egypte en Syrië. Bij die strijd spelen vrouwen een grote rol. Hier zie je hoe men door een huwelijk tussen een prinses van het Zuiden met de koning van het Noorden probeert vrede te bewerken. Dat is vaker geprobeerd tussen vorstenhuizen. Huwelijken werden gesloten om de vrede te bewerken of te bewaren, en vaak ook om zelf macht en invloed te verwerven. Speelt hetzelfde niet bij vriendschapsverdragen, vredesakkoorden en zelfs bij bedrijfsfusies en overnames? ‘Verdeel en heers’, of: voeg samen en heers dubbel...

Zo is de waarheid over de wereld. Het is net of je een geschiedenisboek leest, of een oorlogsfilm ziet. Hier ontvangt Daniël een vooruitblik, maar je kunt ‘m vrijwel naadloos leggen naast een tijdbalk van wat er zich in de eeuwen voor Christus in het Midden-Oosten heeft afgespeeld, met de namen der vorsten erbij. Bange vraag is echter: hoe vergaat het ’t volk van God? Zij zitten er precies tussenin, tussen Syrië en Egypte, tussen Noorden en Zuiden. We zitten er altijd midden tussenin….

glqxz9283 sfy39587stf02 mnesdcuix8
sfy39587stf03
sfy39587stf04