Dagmeditatie 17 februari 2021

Door Daan Kraan op 17 februari, 2021 - 08:00

Joël 2: 12-17

Daarom – spreekt de Heer – keer nu terug tot Mij met heel je hart en begin te vasten, te treuren en te rouwen. Niet je kleren moet je scheuren, maar je hart. Keer terug tot de Heer, jullie God, want Hij is genadig en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid. Misschien herroept Hij zijn vonnis, komt Hij erop terug en laat Hij toch iets van zijn zegen over, zodat jullie weer graan en wijn kunnen offeren aan de Heer, jullie God.

Blaas de ramshoorn op de Sion, kondig een vastentijd af en roep op tot een plechtige samenkomst.

Breng het volk bijeen, laat heel Israël zich reinigen. Breng de oude mensen tezamen, verzamel de kinderen, ook de kleintjes aan de borst.

Laat de bruidegom opstaan van het bruidsbed, laat zijn bruid het slaapvertrek verlaten. Priesters, dienaren van de Heer, hef een smeekbede aan in de tempel, tussen altaar en voorhal:

‘Ach Heer, spaar uw volk, uw eigendom, geef het niet prijs aan spot en hoon van andere volken.

Waarom zouden zij mogen schimpen: “En waar is nu hun God?”’

 

Overweging

Vandaag is het Aswoensdag. Op deze dag begint de Vastentijd in de katholieke kerk, een periode die wij de Veertigdagentijd noemen. Maar het is hetzelfde: een periode van bezinning, van boetedoening en inkeer.

De afgelopen dagen ging het in de lezingen over het komende oordeel van de Heer: de Dag van duisternis en donkerheid die zou naderen. Was er een uitweg?

Er ís een uitweg: ‘keer je terug tot de Heer met heel je hart, en begin te vasten, te treuren en te rouwen.’ Daarbij gaat het niet om de buitenkant, maar om het innerlijk. Het gaat niet om het scheuren van je kleren – een bekend Joods rouwgebruik -, en ook niet om het kruisje van as dat de kerkgangers in de katholieke kerken op het voorhoofd getekend krijgen. Het gaat om ons hart.

Het is als in Psalm 51. Wat God zal aannemen is een gebroken hart en een verslagen geest. Een hart namelijk dat beseft het zelf helemaal fout gedaan te hebben. Een mens die zich realiseert dat wij niets aanbrengen dat God zou kunnen bewegen zijn oordeel af te wenden. Niets, dan alleen: déze schuldbelijdenis.

Als de mens, als een volk, zó tot de Heer komt, in vasten en treuren om de eigen onmacht, dán zal blijken dat God genadig en liefdevol is, geduldig en trouw en tot vergeving bereid. En dan gloort er dus iets van hoop: ‘misschien herroept Hij zijn vonnis, en laat Hij toch iets van zegen over.’

Met die hoop gaan we de Veertigdagentijd in. We zullen horen hoe Jezus zijn weg gaat naar het Kruis. Daar zal Hij Gods oordeel in zijn ééntje dragen. Hij zal aan God de Vader zijn gebroken hart geven, en de Vader zal Hem opwekken. Als wij Hem óns gebroken hart geven, dan wordt Gods oordeel over ons afgewend, en delen wij in de overwinning die Jezus voor ons behaald heeft.

Ik hoop dat we deze Veertigdagen heel bewust zullen beleven. Niet zozeer met het uiterlijk van het vasten, maar met ons innerlijk. Keren wij ons tot de Heer!

 

Ds. Ron Koopmans

glqxz9283 sfy39587stf02 mnesdcuix8
sfy39587stf03
sfy39587stf04