Dagmeditatie 16 september 2020

Door Daan Kraan op 16 september, 2020 - 08:00

Exodus 33: 12-23

Mozes zei tegen de Heer: ‘U draagt mij wel op het volk verder te laten trekken, maar U hebt mij niet laten weten wie U met mij mee zult sturen, terwijl U toch gezegd hebt: “Jou heb ik uitgekozen, jou ben Ik goedgezind.” Als dat werkelijk zo is, laat mij dan weten wat uw plannen zijn. Dan leer Ik U kennen en weet Ik zeker dat U mij goedgezind bent. Vergeet toch niet dat deze mensen uw volk zijn.’

De Heer antwoordde: ‘Moet Ik dan zelf meegaan om je gerust te stellen?’

Mozes zei: ‘Als U niet zelf meegaat, laat ons dan niet verder trekken. Hoe zou moeten blijken dat U mij goedgezind bent, mij en ook uw volk, tenzij U met ons meegaat? Alleen dan nemen wij immers een bijzondere plaats in onder de volken die de aarde bewonen.’

De Heer zei tegen Mozes: ‘Ik verzeker je dat Ik zal doen wat je vraagt, want Ik ben je goedgezind en Ik heb je uitgekozen.’

‘Laat mij toch uw majesteit zien,’ zei Mozes.

Hij antwoordde: ‘Ik zal in mijn volle luister voor je langs gaan en in jouw bijzijn de naam Heer uitroepen: Ik schenk genade aan wie Ik genade wil schenken, en Ik ben barmhartig voor wie Ik barmhartig wil zijn. Maar’, zei Hij, ‘mijn gezicht zul je niet kunnen zien, want geen mens kan Mij zien en in leven blijven.’ Toen sprak de Heer: ‘Er is een plaats op de rots waar je dicht bij Mij kunt komen staan. Als dan mijn majesteit voor je langs gaat, zal Ik je in een kloof laten schuilen en mijn hand beschermend voor je houden tot Ik voorbij ben. Als Ik mijn hand weghaal, zul je Mij van achteren zien; mijn gezicht mag niemand zien.’

 

Overweging

In de ontmoetingstent spreekt de Heer met Mozes zoals een mens met een ander mens spreekt, zo lazen we gisteren. En dit gesprek zal zich dus in de ontmoetingstent hebben afgespeeld. Een open en eerlijk gesprek, bijna als tussen twee vrienden.

De Heer had beloofd een engel mee te zenden onderweg. Maar dat is Mozes niet genoeg. Die engel kent hij niet. Mozes wil graag de plannen van de Heer weten. Hij wil Hem leren kennen, en zeker weten dat God hem goedgezind is.

De Heer lijkt Mozes verlangen te begrijpen, en stelt voor: ‘moet Ik dan zelf meegaan om je gerust te stellen?’ En ja, zo luidt inderdaad Mozes’ wens.

Wanneer je een moeilijke, lange en zware weg hebt te gaan, is het fijn om meeleven van mensen te ervaren. Een kaartje, een telefoontje, een bloemetje ter bemoediging. Soms zelfs een bezoekje als het past. Maar het is niet genoeg. We willen graag ook de Heer zelf mee weten op ons pad. Dan alleen voelen we ons veilig en geborgen, en durven we te vertrouwen dat de Heer aan onze kant staat. Daarom is het op zo’n lange zware weg ook belangrijk om samen te bidden, uit de Bijbel te lezen en om ook Gods zegen te ontvangen. ‘Ga met God, en Hij zal met je zijn’.

Soms zou je nog wel meer willen. Gods majesteit zien. Hem zien van aangezicht tot aangezicht. Dat kan helaas niet. En de reden weten we hier ook: we zouden het niet overleven Gods gezicht te zien. De Heer wil ons daarvoor beschermen. Mozes ontvangt een groot voorrecht: Hij zal God op de rots, in de kloof schuilend, van achteren mogen zien. Dat is het hoogst haalbare. Dat we achteràf ervaren, weten, concluderen, dat Hij het was, dat Hij er was, dat Hij met ons gaat.

Mozes weet nu, door dit ‘extraatje’ dat hij ontvangt, wel zeker dat God hem goedgezind is. Hij is te vertrouwen, en Hij zal met hem en het volk meegaan. Nu durft Mozes het aan.

Durven wij het ook aan? Gaan met God, die we leren kennen in de Schrift en door persoonlijke omgang in het gebed? Hij wil met ons gaan, hoe onze weg ook gaat.

glqxz9283 sfy39587stf02 mnesdcuix8
sfy39587stf03
sfy39587stf04