Dagmeditatie 16 november 2020

Door Daan Kraan op 16 november, 2020 - 08:00

Daniël 10: 1-11

In het derde jaar van koning Cyrus van Perzië werd aan Daniël, die Beltesassar werd genoemd, een boodschap geopenbaard. Het was een betrouwbaar bericht over een grote strijd. Door een visioen begreep hij het bericht.

In die dagen was ik, Daniël, drie volle weken in de rouw. Smakelijk voedsel at ik niet, vlees en wijn kwamen niet in mijn mond, en ik wreef mij niet in met olie tot er drie weken verstreken waren. Op de vierentwintigste dag van de eerste maand, toen ik mij aan de oever van de grote rivier de Tigris bevond, sloeg ik mijn ogen op en zag een man, gekleed in linnen, met om zijn lendenen een gordel gemaakt van goud uit Ufaz. Zijn lichaam was als turkoois, zijn gezicht leek een bliksem en zijn ogen waren als fakkels van vuur. Zijn armen en voeten glansden als gepolijst koper en zijn stemgeluid leek door een mensenmenigte te worden voortgebracht. Alleen ik, Daniël, zag de verschijning. De mannen in mijn gezelschap zagen de verschijning niet, maar werden wel bevangen door een grote angst, zodat zij wegvluchtten en zich verborgen en ik alleen overbleef. Toen ik die indrukwekkende verschijning zag, verloor ik al mijn kracht; ik werd lijkbleek en was niet in staat nog iets te doen. Ik hoorde zijn stem, maar zodra ik die hoorde verloor ik het bewustzijn en viel voorover op de grond. Toen raakte een hand mij aan en deed me al bevend op handen en knieën steunen. Hij zei tegen me: ‘Daniël, geliefde man, luister naar de woorden die ik tot je spreek en sta op, want ik ben naar je toe gestuurd.’ Nadat hij dit gezegd had, stond ik bevend op.

 

Overweging

Maakt u zich ook zorgen over hoe het er aan toegaat in de wereld? En over de vraag hoe de toekomst er uit zal zien? Dat speelt ook bij Daniël in zijn dagen.

Daniël maakt zich zorgen over de toekomst van Jeruzalem, in de tijd van de herbouw van de tempel, waarvan we al lazen bij Ezra. Daniël hoort van de tegenstand en de tegenwerking, en de droomgezichten die hij al ontving stellen hem niet bepaald gerust. Hij gaat drie volle weken in de rouw; vasten en bidden betekent dat. Nota bene in de eerste maand, waarin het Pascha wordt gevierd. Dat gaat dus deze keer aan hem voorbij. Bedenk: het vasten is een eigen keus van Daniël zelf.

Ook wij moeten momenteel feesten missen: het komende Kerstfeest zal anders zijn dan anders, en hoe zal het straks met Pasen gaan? Een feest missen is geen kleinigheid, dat geldt niet alleen voor jongelui, en ook niet alleen voor kerkmensen….

Daniël bevindt zich aan de oever van de Tigris. Daar verschijnt hem een man in linnen gewaad. De verschijning is groots en indrukwekkend, en ook het stemgeluid dat de man voortbrengt is enorm.

Bijzonder is dat Daniël als enige de verschijning ziet. De andere mensen die bij hem zijn worden wel bang en vluchten weg, maar zij zien niets. Dat gebeurt vaker bij ‘hemelse verschijningen’: ze zijn niet voor iedereen weggelegd, niet voor elk mens bestemd. Zie het verhaal van Paulus voor Damascus in het boek Handelingen. Maar ook mensen om ons heen maken soms iets vreemds mee, ervaren iets ‘uit de hemel’, zonder dat ze dat aan iemand kunnen uitleggen. Het valt alleen hen ten deel.

Daniël valt bewusteloos neer, maar als zo vaak: de man die verschenen is doet hem opstaan. Hij hoeft niet bang te zijn, alleen maar te luisteren naar de woorden. Vrees en beven bevangt ons soms ook bij wat ons van Godswege tegemoetkomt. Het wekt ontzag. We hoeven echter nooit bang te zijn.

Luister alleen, hoor de woorden die God tot de Gemeente zegt.

glqxz9283 sfy39587stf02 mnesdcuix8
sfy39587stf03
sfy39587stf04