Dagmeditatie 15 september 2020

Door Daan Kraan op 15 september, 2020 - 08:00

Exodus 33: 1-11

De Heer zei tegen Mozes: ‘Vertrek van hier, met het volk dat je uit Egypte hebt weggeleid, en ga naar het land waarvan Ik Abraham, Isaak en Jakob onder ede heb beloofd dat Ik het aan hun nakomelingen zou geven, een land dat overvloeit van melk en honing. Ik zal een engel voor je uit sturen en Ik zal de Kanaänieten, de Amorieten, Hethieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten verdrijven. Maar Ik trek niet met jullie mee, want jullie zijn een onhandelbaar volk en Ik zou jullie daarom onderweg kunnen doden.’

Toen het volk deze onheilstijding hoorde, ging het in de rouw; niemand deed sieraden om. De Heer had Mozes namelijk opgedragen tegen de Israëlieten te zeggen: ‘Jullie zijn een onhandelbaar volk. Als Ik ook maar een ogenblik met jullie mee zou reizen, zou Ik je al doden. Doe daarom je sieraden af, dan zal Ik besluiten wat Ik met jullie zal doen’. Vanaf die dag dat ze de Horeb verlieten, droegen de Israëlieten daarom geen sieraden.

Mozes sloeg steeds buiten het kamp, op ruime afstand ervan, een tent op die hij de ontmoetingstent noemde. Ieder die de Heer wilde raadplegen, ging naar de ontmoetingstent buiten het kamp. Telkens als Mozes zich erheen begaf, gingen allen voor de ingang van hun tent staan en keken Mozes na tot hij naar binnen was gegaan. Zodra hij in de tent was daalde de wolkkolom neer, en deze bleef bij de ingang staan. Dan sprak de Heer met Mozes.

Wanneer het volk de wolkkolom bij de ingang van de tent zag staan, boog ieder zich voor de ingang van zijn tent neer. De Heer sprak persoonlijk met Mozes, zoals een mens met een ander mens spreekt. Daarna keerde Mozes terug naar het kamp, maar zijn jonge dienaar Jozua, de zoon van Nun, verliet de tent niet.

 

Overweging

Het hele gebeuren met het gouden kalf heeft bij God heel wat teweeg gebracht. Je zou kunnen zeggen: het heeft wat beschadigd in de relatie.

De woorden van de Heer zou je kunnen vertalen met: ‘ga maar op weg, naar het land dat Ik beloofd heb. Jullie zullen dat land krijgen ook, daar zorgt een engel wel voor. Maar Ik ga niet mee, want er hoeft maar iets te gebeuren of Ik doe jullie wat aan….’

Voorlopig moeten de mensen het hiermee doen.

Ze begrijpen de ernst ervan, en zij voldoen aan Mozes advies om hun sieraden voorlopig maar niet te dragen. Als je in de rouw bent omdat een relatie beschadigd is geraakt, dan ga je niet met ‘pronk’ op lopen. Dat past dan niet.

Voorlopig verkeert de Heer alleen met zijn dienaar Mozes. Nu de tabernakel nog niet gemaakt is – de voorgaande hoofdstukken vertelden alleen van de opdracht daartoe – slaat Mozes een voorlopige tent op, de ‘ontmoetingstent’. Op ruime afstand van het kamp, want iemand die boos is, kun je maar beter wat op afstand houden...

Dat afstand nemen werkt soms juist goed. Je gaat weer beseffen wat je aan elkaar hebt. Ook in het geloof, tussen God en mensen, werkt dat soms zo.

Het volk leert nu om voor de Heer ontzag te hebben. Ze zien het nu goed, hoe Mozes op weg gaat naar de tent, hoe de wolk van Gods aanwezigheid neerdaalt als de Heer met hem spreekt, en hoe Mozes weer terugkeert. Het wekt eerbied, ze buigen zich ieder voor zijn tent neer, want ze weten: Mozes gaat daar namens ons allen. Ook Mozes zelf deelt in het ontzag dat het volk zo leert.

De mensen weten nu: het is niet zomaar iets, dat een mens met God verkeren mag.

Ook voor ons geldt: God is niet zomaar ‘je vriendje’. Hij is heilig. Wij zouden voor Hem niet kunnen bestaan, wanneer er niet die Ene was die bij Hem voor ons pleit. Laten we voor Hem neerbuigen in eerbied, en elke keer dat God tòch aanwezig blijkt, Hem dankbaar ontvangen.

.

glqxz9283 sfy39587stf02 mnesdcuix8
sfy39587stf03
sfy39587stf04