Dagmeditatie 14 september 2020

Door Daan Kraan op 14 september, 2020 - 08:00

Exodus 32: 15-35

Mozes keerde zich om en ging de berg af. De twee platen met de verbondstekst droeg hij bij zich. Aan beide kanten waren ze beschreven, aan de voorkant en aan de achterkant. De platen waren Gods eigen werk en het schrift dat erin gegrift was, was Gods eigen schrift. Toen Jozua het geschreeuw van het volk hoorde, zei hij tegen Mozes: ‘Ik hoor strijdkreten in het kamp!’ Maar Mozes zei: ‘Dat is geen gejuich na een overwinning en geen geweeklaag na een nederlaag. Luid gejoel, dàt hoor ik.’ Dichter bij het kamp gekomen, zag hij het stierenbeeld en het gedans. Woedend smeet hij de platen aan de voet van de berg aan stukken. Hij greep het stierenbeeld, gooide het in het vuur en verpulverde het. De as strooide hij op het water, en dat liet hij de Israëlieten drinken. Tegen Aäron zei hij: ‘Wat heeft dit volk je misdaan, dat je zo’n zware schuld op hen geladen hebt?’ ‘Ik smeek je je woede te bedwingen,’ antwoordde Aäron. ‘Je weet dat dit volk alleen maar kwaad wil. Ze zeiden tegen mij: “Maak een god voor ons die voor ons uit kan gaan, want wat er gebeurd is met die Mozes, die ons uit Egypte heeft geleid, weten we niet.” Toen ik hun om goud vroeg, deden ze meteen hun sieraden af en gaven ze aan mij. Ik gooide ze in het vuur en toen kwam dat kalf eruit tevoorschijn.’

Mozes begreep dat het volk zich had laten gaan omdat Aäron niet ingegrepen had, en dat hun vijanden daarom de spot met hen zouden drijven. Hij ging bij de ingang van het kamp staan en zei: ‘Wie voor de Heer kiest, moet hier komen.’ Alle nakomelingen van Levi voegden zich bij hem. Hij zei tegen hen: ‘Dit zegt de Heer, de God van Israël: Gord je zwaard om, jullie allemaal, doorkruis het kamp in de volle lengte en breedte en dood iedereen die je tegenkomt, als is het je broer, vriend of verwant.’ De Levieten deden wat Mozes hun had opgedragen, en zo kwamen er die dag ongeveer drieduizend Israëlieten om. ‘Vandaag hebt u zich aan de Heer gewijd,’ zei Mozes, ‘door u zelfs tegen uw zonen en broers te keren. U hebt vandaag mijn zegen verworven.’

De volgende morgen zei Mozes tegen het volk: ‘U hebt zwaar gezondigd. Toch zal ik de berg opgaan; misschien kan ik de Heer ertoe bewegen u uw zonden niet aan te rekenen.’

Hierop keerde hij terug naar de Heer. ‘Ach Heer,’ zei hij, ‘dit volk heeft zwaar gezondigd: ze hebben een god van goud gemaakt. Schenk hun vergeving voor die zonde. Wilt U dat niet, schrap mij dan maar uit het boek dat U geschreven hebt.’

De Heer antwoordde Mozes: ‘Alleen wie tegen mij gezondigd heeft, schrap ik uit mijn boek. Breng het volk nu naar de plaats die Ik je heb genoemd; mijn engel zal voor je uit gaan. Maar op de dag van de verantwoording zal Ik hen voor hun zonde ter verantwoording roepen.’

De Heer strafte het volk, omdat ze het kalf hadden gemaakt, het beeld dat Aäron gegoten had.

 

Overweging

Mozes is woest en smijt de twee stenen platen, met eigenhandig schrift van de Heer, stuk. Hij roept zijn broer ter verantwoording maar die draait eromheen; alsof het beeld zómaar in het vuur ontstaan is! Aäron heeft niet ingegrepen, zoveel is Mozes wel duidelijk. Maar de schuld ligt natuurlijk bij het volk. Mozes straft het volk zwaar. Hij heeft de Heer gebeden het volk niet te vernietigen, maar ze zullen de straf voor hun zonden niet ontlopen. Proef op de som is: wie kiest er voor de Heer? Alleen de Levieten stappen naar voren. Dat heeft wel grote consequenties: zíj zullen het vonnis moeten voltrekken. Drieduizend volksgenoten zullen ze doden met het zwaard. Zó wijden zij zich aan de Heer. Het lijkt wel een ontgroening, maar dan wel een heel wrede…Vervolgens pleit Mozes opnieuw voor het volk en bidt om vergeving. ‘Schrap mij anders maar uit uw boek.’ Mozes wil de zonden van het volk wel dragen. Wat kunnen wij dankbaar zijn dat er Eén is die onze zonden droeg. En zijn offer werd door God wèl aanvaard. Wie nu kiest voor de Heer hoeft de schuldigen niet te doden, maar mag hen het Evangelie verkondigen. En op de Pinksterdag werden niet drieduizend zielen gedood, maar drieduizend zielen toegevoegd aan hen die behouden worden. Wanneer wij Bijbelgedeelten als dit lezen, beseffen wij hoe groot die genade is!

 

glqxz9283 sfy39587stf02 mnesdcuix8
sfy39587stf03
sfy39587stf04