Dagmeditatie 13 september 2020

Door Daan Kraan op 13 september, 2020 - 08:00

Exodus 32: 1-14

Het volk wachtte lang op Mozes. Toen hij maar niet van de berg afkwam, verdrongen ze zich om Aäron en eisten van hem: ‘Maak een god voor ons die voor ons uit kan gaan, want wat er gebeurd is met die Mozes, die ons uit Egypte heeft geleid, weten we niet.’ Aäron antwoordde: ‘Neem van uw vrouwen, zonen en dochters hun gouden oorringen af en breng die bij mij.’ Hierop deden alle Israëlieten zonder aarzelen hun gouden oorringen af en gaven die aan Aäron. Alles wat ze hem brachten smolt hij om en hij goot er een beeld van in de vorm van een stierkalf. Het volk riep uit: ‘Israël, dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid!’ Toen Aäron besefte wat er gebeurde, bouwde hij een altaar voor het beeld en kondigde hij aan dat er de volgende dag een feest voor de Heer zou zijn. De volgende morgen vroeg brachten ze brandoffers en vredeoffers. Ze gingen zitten om te eten en te drinken, en stonden daarna op om uitbundig feest te vieren.

De Heer zei tegen Mozes: ‘Ga terug naar beneden, want jouw volk, dat je uit Egypte hebt geleid, misdraagt zich. Nu al zijn ze afgeweken van de weg die Ik hun gewezen heb. Ze hebben een stierenbeeld gemaakt, hebben daarvoor neergeknield, er offers aan gebracht en gezegd: “Israël, dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid!”’ De Heer zei verder tegen Mozes: ‘Ik weet hoe onhandelbaar dit volk is. Houd Mij niet tegen: mijn brandende toorn zal hen verteren. Maar uit jou zal Ik een groot volk laten voortkomen.’ Mozes probeerde de Heer, zijn God, milder te stemmen: ‘Wilt U dan uw toorn laten woeden tegen uw eigen volk, Heer, dat U met sterkte hand en grote macht uit Egypte hebt bevrijd? Wilt U dat de Egyptenaren zeggen: “Hij heeft hen bevrijd om hen in het ongeluk te storten, om hen in het bergland te doden en van de aarde weg te vagen”? Wees niet langer toornig en zie ervan af onheil over uw volk te brengen! Denk toch aan uw dienaren Abraham, Isaak en Israël, aan wie U onder ede deze belofte hebt gedaan: “Ik zal jullie zoveel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn, en het hele gebied waarvan Ik gesproken heb zal Ik hun voor altijd in bezit geven.”’

Toen zag de Heer ervan af zijn volk te treffen met het onheil waarmee Hij hen gedreigd had.

 

Overweging

Terwijl Mozes op de berg van de Heer de geboden ontvangt, duurt het de mensen te lang. Zij kunnen niet wachten en hebben het gehad met hun God en met Mozes. Zij willen een zichtbare god, en dwingen Aäron tot het maken van een gouden afgodsbeeld, een stierkalf. Ze hebben er hun gouden sieraden voor over. Als wij er lang op moeten wachten tot de Heer ingrijpt in ons leven, dan zijn ook wij geneigd te gaan denken dat God afwezig is, dat Hij er niet is. We verlaten Hem en gaan vervanging zoeken. Vervanging die onze behoefte aan aanwezigheid onmiddellijk bevredigt. Maar we knielen dan voor niets, we komen bedrogen uit. Het is ook wel vergaand: wanneer het beeld klaar is, schrijven ze aan die afgod alle verdiensten toe die de Heer toekomen. ‘Dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid’! roepen ze. Ze geven eer aan iets dat die eer beslist niet toekomt.

Aäron ziet de bui al hangen en bouwt gauw een altaar voor de Heer. Maar wat daar geofferd en gevierd wordt, wordt door de Heer niet aanvaard als geschenk aan Hem.

De Heer is woest! Hij is een na-ijverig God, een jaloers God, zo heeft Hijzelf op de stenen platen geschreven die Mozes nu in handen houdt, en dat bewijst Hij. De Heer wil heel het volk vernietigen. En de belofte van een groot volk gaat over op Mozes. Als Israël dan niet wil, dan de Heer ook niet meer….. De Heer wil voor ons de Enige zijn.

Wat is het een zegen dat er een voorspreker opstaat, een bidder en pleiter. Het is Mozes zelf. Die de Heer herinnert aan zijn eigen bevrijdingsdaden en aan zijn beloften. Die zegt: ‘dat kunt U toch niet maken!’ Die ook wijst op de verkeerde beeldvorming die er dan bij de Egyptenaren zal ontstaan…. En God laat zich verbidden, ompraten, en ziet af van zijn voornemen. Elke keer als wij andere goden aanbidden dan de Heer, en dat doen wij met regelmaat, staat er een Advocaat op, een Voorbidder: Jezus Christus die voor ons pleit. En de Heer aanvaardt zijn bede en ziet af van zijn woede. Het is genade die ons in leven houdt.

glqxz9283 sfy39587stf02 mnesdcuix8
sfy39587stf03
sfy39587stf04