Dagmeditatie 10 januari 2021

Door Daan Kraan op 10 januari, 2021 - 08:00

Psalm 71

Bij U, Heer, schuil ik, maak mij nooit te schande, red en bevrijd mij, doe mij recht, hoor mij en kom mij te hulp.

Wees de rots waarop ik kan wonen, waar ik altijd heen kan gaan. U hebt mijn redding bevolen, mijn rots en mijn burcht, dat bent U.

Mijn God, bevrijd mij uit de hand van schurken, uit de greep van wrede onderdrukkers. U bent mijn enige hoop, Heer, mijn God, van jongs af vertrouw ik op U. Al vanaf mijn geboorte steun ik op U, al in de moederschoot was U het die mij droeg, U wil ik altijd loven.

Voor velen ben ik een teken, U bent mijn enige schuilplaats.

Heel de dag is mijn mond vervuld van uw lof en uw luister. Verstoot mij niet nu ik oud word, verlaat mij niet nu mijn kracht bezwijkt.

Mijn vijanden spreken over mij, ze loeren op mij en spannen samen, ze zeggen: ‘God heeft hem verlaten, jaag hem op, grijp hem, niemand die hem redt.’

God, blijf niet ver van mij, mijn God, kom mij haastig te hulp, laat mijn tegenstanders van schaamte bezwijken,

wie mijn ongeluk zoeken, met schande worden bedekt. Ik blijf naar U uitzien, altijd, U lof brengen, meer en meer.

Mijn mond verhaalt van uw gerechtigheid, van uw reddende daden, dag aan dag, hun aantal kan ik niet tellen.

Spreken zal ik over uw macht, Heer, mijn God, de rechtvaardigheid roemen van U alleen.

God, U onderwees mij van jongs af aan, en steeds nog vertel ik uw wonderen.

Nu ik oud en grijs ben, verlaat mij niet, o God, zodat ik het nageslacht, elk nieuw kind, kan verhalen van de macht van uw arm.

Uw gerechtigheid rijst hoog op, o God, U hebt grootse daden verricht, God, wie is aan U gelijk?

U hebt mij doen zien veel ellende en nood- laat mij nu herleven, laat mij herrijzen uit de diepte van de aarde. Verhoog mij in aanzien, omgeef mij met uw troost. Dan zal ik U loven bij het spel van de harp, U en uw trouw, mijn God, ik zal voor U zingen bij de lier, Heilige van Israël.

Mijn lippen zullen juichen wanneer ik voor U zing, ik zal jubelen omdat U mij hebt verlost.

Mijn tong zal heel de dag van uw gerechtigheid spreken: wie mijn ongeluk zoekt, zal te schande staan.

 

Overweging

Een lange psalm vandaag. Maar het is zondag: tijd genoeg om hem goed te lezen.

Het is een dringend gebed van David, dat aansluit op de psalm ervoor, Psalm 70.

De psalmbidder wordt belaagd van alle kanten, door schurken, onderdrukkers, mensen die hem opjagen en hem te schande willen maken. Omdat hij oud wordt, rekenen zijn tegenstanders op zijn val. Ze speculeren erop dat God hem nu ook wel verlaten zal hebben.

Het is hèt kenmerk van wie zich tegen de Heer verzetten, en dus ook tegen zijn Gezalfde: de zwakke wordt geminacht, gezien als prooi. Een oudere is kwetsbaar, ‘nú kunnen we hem pakken!’ Een mentaliteit, ook van een samenleving, moet altijd beoordeeld worden op de vraag: hoe wordt omgegaan met de kwetsbaren, met de oudere mens?

Maar David heeft bij de Heer een schuilplaats. Zijn enige schuilplaats. Hij vertrouwt al van jongs af aan op Hem. Bovendien getuigt hij al zijn leven lang van Gods gerechtigheid en reddende daden. Hij hoopt dat ook in de toekomst te kunnen doen. Daarom bidt hij: ‘verlaat mij niet, God. Dan kan ik ook de komende geslachten, elk nieuw kind, van uw wonderen vertellen’. Het is een groot goed en een voorrecht, om als ouder wordende mens de jongste generaties van Gods trouw te blijven vertellen. In woord en in lied. David doet dat, en blijft dat doen. Áls God hem zal redden.

Ook wij kunnen bidden: Heer, geef ons levensdagen. Zodat ik getuigen mag, ook aan de jongeren, van uw grote daden!

glqxz9283 sfy39587stf02 mnesdcuix8
sfy39587stf03
sfy39587stf04