Dagmeditatie 1 juni 2021

Door Daan Kraan op 1 juni, 2021 - 08:00

Johannes 3: 22-30

Daarna ging Jezus met zijn leerlingen naar Judea. Daar bleef Hij enige tijd en Hij doopte er. Johannes doopte toen ook, in Enon, dicht bij Salim, een waterrijk gebied. Daar kwamen de mensen naartoe om zich te laten dopen. Johannes was immers nog niet gevangengezet. Er ontstond een discussie tussen de leerlingen van Johannes en een Jood over het reinigingsritueel.

Ze gingen naar Johannes en zeiden tegen hem: ‘Rabbi, de man die bij u aan de overkant van de Jordaan was, over wie u een getuigenis afgelegd hebt, is aan het dopen en iedereen gaat naar Hem toe!’

Johannes antwoordde: ‘Een mens kan alleen ontvangen wat Hem door de hemel gegeven wordt. Jullie kunnen van mij getuigen dat ik gezegd heb: “Ik ben de Messias niet, maar ik ben voor Hem uit gezonden.” De bruidegom krijgt de bruid, de vriend van de bruidegom staat te luisteren en is blij dat hij de stem van de bruidegom hoort. Dat vervult mij met grote vreugde. Hij moet groter worden en ik kleiner.

 

Overweging

Je kunt je voorstellen dat er enige verwarring ontstaat, daar in de buurt van de Jordaan. Want Johannes de Doper gaat door met het dopen van mensen, maar Jezus, die hij gedoopt heeft, doopt nu ook! Tot wie moeten de mensen nu gaan? In tijden met een sterke Messias-verwachting heeft men de neiging achter mensen aan te lopen. Maar nu zijn er twee…! En dan nog: wat ís dit voor een gebruik van het joodse reinigingsritueel? Ze gaan in discussie. Is dit wel in de haak? Klopt het wel? En met deze vraag komen ze bij Johannes.

Maar Johannes ziet helemaal geen probleem.

Hij ziet Jezus niet als concurrent. Integendeel. Hij gelooft volkomen dat wat Jezus doet, Hij alleen maar kàn omdat het Hem vanuit de hemel is gegeven, is opgedragen.

Hijzelf, Johannes, is alleen maar de voorloper. Hij heeft dat ook gezegd, in zijn getuigenis over Jezus: “Ik ben de Messias niet, maar ik ben voor Hem uit gezonden.”

Kent hij dan helemaal geen afgunstige gevoelens? Denk aan koning Saul, die vol jaloezie was toen het volk in plaats van hem zijn schoonzoon David toejuichte.

Maar nee. Johannes ziet zichzelf als de vriend van de bruidegom, die er weliswaar naast staat, maar volop deelt in de vreugde als de bruidegom de bruid krijgt.

Het is groots als jij die positie zonder bij-gevoelens en bijgedachten kunt innemen.

‘Hij moet groter worden, en ik kleiner.’

Als wij wijzen op Jezus als onze Verlosser, betekent dat ook dat wij kleiner worden. Wij zijn niet onze eigen god, niet onze eigen verlosser. Wij hebben een ander, dé Ander nodig, om ons de hand toe te reiken en ons te redden.

We zijn afhankelijke wezens, en daar hoeven we ons niet voor te schamen.

Waar Jezus wordt grootgemaakt, daar straalt zijn licht altijd ook op ons leven af.

 

Ds. Ron Koopmans

glqxz9283 sfy39587stf02 mnesdcuix8
sfy39587stf03
sfy39587stf04