Dagmeditatie 1 augustus 2020

Door Daan Kraan op 1 augustus, 2020 - 10:00

Mattheüs 14: 1-12

In die tijd hoorde ook Herodes, de tetrarch, over Jezus vertellen, en hij zei tegen zijn hovelingen: ‘Dat moet Johannes de Doper zijn; hij is opgestaan uit de dood en daardoor beschikt hij over zulke wonderbaarlijke krachten.’

Herodes had Johannes destijds laten arresteren en in de boeien laten slaan en hem in de gevangenis geworpen vanwege Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus. Johannes had namelijk tegen hem gezegd: ‘U mag haar niet tot vrouw nemen.’ En hoewel hij hem wilde doden, deed hij dat niet uit vrees voor het volk, dat hem voor een profeet hield.

Toen Herodes een feest gaf ter gelegenheid van zijn verjaardag, danste de dochter van Herodias te midden van de aanwezigen, en dat viel bij Herodes in de smaak. Daarom zei hij dat ze zou krijgen wat ze maar zou vragen, en hij bezegelde die belofte met een eed. Door haar moeder daartoe aangezet zei ze ‘Breng me dan op een schaal het hoofd van Johannes de Doper.’ Deze vraag bedroefde de koning, maar omdat hij in het bijzijn van zijn tafelgasten een eed gezworen had, beval hij dat men het haar zou brengen, en hij gaf opdracht Johannes in de gevangenis te onthoofden. Het hoofd werd op een schaal binnengebracht en aan het meisje gegeven, en zij bracht het naar haar moeder. Zijn leerlingen kwamen het lijk halen, begroeven het en gingen daarna naar Jezus om het Hem te vertellen.

 

Overweging

Het laat Herodes niet los. Dat hij zich gedwongen voelde Johannes de Doper te moeten doden.

Eerst wilde hij dat maar al te graag! Johannes de Doper had zich immers bemoeid met zijn vrijage met zijn schoonzus Herodias. Dat hij de vrouw van zijn broer tot vrouw wilde nemen, daarop had Johannes het gewaagd kritiek te uiten: ‘U mag dat niet doen!’ Johannes was een echte profeet, hij had van Godswege de taak de overheid op haar falen en feilen te wijzen, en zulke mensen zijn nooit populair. Herodes was woest! Hij wilde deze lastpost doden, maar ja: het volk beschouwde hem als profeet. Dus restte niks anders dan de gevangenis.

Johannes bleef in leven. Nòg wel….

Met die vrouw, Herodias, heeft koning Herodes heel wat in huis gehaald. Ook zij voelt zich beledigd door Johannes’ optreden. Voor haar moet deze man nog steeds sterven. En als dan haar Herodes jarig is en een feestje geeft….

De rol van de dochter is tragisch. Het meisje is speelbal tussen haar moeder en haar ‘bonusvader’. Ze danst en danst, ze mag van de dronken koning alles vragen wat ze maar wil, en moeder Herodias ruikt haar kans: nú krijg ik het gedaan dat die profeet sterven zal!

De koning is bedroefd. Maar ook hij is speelbal, vanwege zijn gezworen eed.

Wat kunnen mensen zichzelf en elkaar wat aandoen. De ene misstap haalt de andere uit. Overspel, dronkenschap, lichtvaardige eden, moord. Zo’n koning denkt de zaak te regeren, in de hand te hebben, maar is in feite speelbal van zijn eigen falen.

En dat laat een mens nooit los. Johannes’ dood blijft door Herodes’ hoofd spoken.

Als hij hoort van Jezus, dan weet hij het bijna zeker: dat moet Johannes de Doper zijn! Hij is opgestaan en beschikt zo over wonderbaarlijke krachten….

Bij Herodes’ zonden komen zo ook bijgeloof en angst. Kon hij zich maar overgeven aan Jezus. Dan was er zelfs voor zijn geschonden leven nog hoop.

glqxz9283 sfy39587stf02 mnesdcuix8
sfy39587stf03
sfy39587stf04